Amsterdam, 26 mei 2010 – Vandaag ondertekenden KPN, SIDN, UPC, Intel, Hogeschool InHolland en Platform Bèta Techniek de ‘oproep aan de wereld’ om meer jongeren te betrekken bij beleidsvorming, productontwikkeling en zakelijke aangelegenheden. De ondertekening vond plaats tijdens de track eInclusion op het World Congress on Information Technology (WCIT), waarin onder meer aandacht uitging naar de mogelijkheden die ICT biedt voor de internationale samenleving. Met deze ondertekening erkennen de betrokken organisaties het belang en de waarde van de mening, ervaring en digitale vaardigheden van jongeren. De oproep is een initiatief van de Nederlandse DigiRaad (Digivaardig & Digibewust), dat onder meer het ministerie van Economische Zaken adviseert over een veiliger digitale omgeving voor jongeren. Deze jongerenadviesraad reikt overheden en bedrijfsleven praktische handvatten aan om de kennis van deze digitale generatie beter te benutten.
De snelle digitalisering van onze wereld is een veelbesproken thema: hoe men zich daarin beweegt en zich daarin moet gaan bewegen? Een groep die daarmee geen moeite lijkt te hebben zijn jongeren, de generatie van de toekomst. De track eInclusion hecht daarom grote waarde aan hun mening. Zij, en met haar de DigiRaad, ziet het als haar taak om mensen ervan te overtuigen dat we heel veel van elkaar kunnen leren, zodat we met een gezamenlijke inspanning een optimaal functionerende gedigitaliseerde samenleving kunnen creëren. Het is van groot belang dat wij de digitale kennis en vaardigheden van onze jongeren niet onderschatten, maar daar juist ons voordeel mee doen! Dat is de boodschap die de track eInclusion en haar partners willen overbrengen.

Vandaag heeft de DigiRaad vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven praktische tips aangeboden om zich door jongeren te laten adviseren. Het betreft een instructie waarin wordt beschreven hoe overheden en bedrijven jongeren bij hun activiteiten kunnen betrekken. Hierbij valt te denken aan een vaste groep enthousiaste jongeren die maandelijks bijeenkomt om een bedrijf of organisatie op diverse terreinen te adviseren, of aan een online forum dat alleen indien nodig als klankbord geraadpleegd kan worden. Volgens de DigiRaad draait daarbij alles om het gebruik van sociale media.
Deze instructie van de DigiRaad is hier te downloaden.
Partners onderschrijven oproep
“Voor kinderen en jongeren is het internet een essentieel onderdeel van de weg naar volwassenheid. Aangezien zij bij veel toekomstige ontwikkelingen betrokken zullen zijn, moeten we ervoor zorgen dat hun stem en ideeën gehoord worden in een tijd waarin het internet tot volle ontplooiing komt.” (Roelof Meijer, Algemeen Directeur, SIDN)
“In de digitale omgeving zijn jongeren een belangrijke bron van inspiratie en juist zij zijn bepalend voor het vinden van nieuwe grenzen, qua mogelijkheden, maar ook qua risico’s. Als internetprovider vinden we het onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om de grenzen van het gebruik van internet aan te geven, samen met partners”. ( Diederik Karsten, CEO, UPC Nederland)
“Als instelling voor hoger onderwijs, willen we dat onze 33.500 studenten zien en ervaren dat het leven meer is dan opstaan, studeren en plezier maken. Wij leren hen dat zij ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Nieuwe ideeën en ervaringen moeten gecommuniceerd en gedeeld worden, ook op internationaal niveau. Als de werkgevers en werknemers van de toekomst zijn onze leerlingen de schakel in deze keten.” (Helmi Geeve, Managing Director Marketing & Communications, INHolland University of Applied Sciences)
“Als KPN vinden wij het belangrijk dat mensen verbonden blijven met hun vrienden, hun sociale omgeving en de maatschappij. Voor met name jongeren is deze verbondenheid erg belangrijk, technologische toepassingen bieden hen daarbij nieuwe mogelijkheden.” (Afke Schaart, President Public Affairs, KPN)
“Intel gelooft in de noodzaak om wereldwijd te bouwen aan een werkzame bevolking die de noodzakelijke vaardigheden heeft om innovatie te stimuleren en iedereen voor te bereiden op deelname aan onze steeds verder globaliserende wereldeconomie. Kennis is daarbij van cruciale waarde en succes hangt ervan af in hoeverre iemand innovatief is en zich makkelijk aan kan passen.” (Brian Gonzalez, WW Education Director, Intel)
Kinderen moeten beter beschermd worden tegen online commercie
Nederlandse kinderen tussen 6- en 12-jaar zijn koploper in Europa in het gebruik van nieuwe media; ze zitten meer op internet en de helft heeft een mobiele telefoon. Via deze media worden kinderen steeds vaker en jonger commercieel benaderd zonder tussenkomst van de ouders. Zij doorzien reclames op internet echter niet goed en zijn vatbaar voor misleiding. Het is belangrijk dat kinderen zelf actief leren omgaan met nieuwe media. Overheid, bedrijfsleven en ouders moeten daarnaast kinderen beter beschermen tegen de groeiende commercie online. Zo kan de Kinder- en Jeugdreclamecode aangepast worden en het toezicht op misleidende reclame scherper.

Tot deze aanbevelingen komen prof. dr. Jos de Haan en drs. Remco Pijpers in het boek ’Contact! Kinderen en nieuwe media’. Het eerste exemplaar wordt op 26 mei 2010 overhandigd aan Z.K.H. de Prins van Oranje door kinderen die meegewerkt hebben aan het boek tijdens de track eInclusion op het World Congress on Information Technology (WCIT) in Amsterdam. Het boek van vooraanstaande wetenschappers (red. Jos de Haan en Remco Pijpers) is een initiatief van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het programma Digivaardig & Digibewust en de Stichting Mijn Kind Online.
Digitaal aanbod voor kinderen neemt fors toe
Het digitale aanbod voor jonge kinderen is fors toegenomen: van virtuele werelden (zoals Panfu.nl vanaf 4 jaar) tot speciale televisiesites met veel interactie (zoals Spangas.nl en Anubis.nl). Voorheen gebruikten kinderen tussen 6- en 12-jaar nieuwe media vooral om te spelen, nu zetten zij deze ook in om met elkaar te communiceren. Jonge kinderen maken ook meer gebruik van aanbod dat niet specifiek voor hen bedoeld is, zoals Hyves, MSN en YouTube. Het afgelopen jaar gebruikte bijvoorbeeld 20% van de 6- tot 9-jarigen MSN en zat 39% van hen op Hyves.
Grens tussen commerciële en niet-commerciële inhoud vervaagt
Kinderen worden in toenemende mate op jongere leeftijd al gezien als consument. Meer nog dan via televisie, worden ze bereikt met reclame via internet. Die reclames zijn vaak ingebed in sociale netwerken en de online games. De grens tussen wat tot de inhoud van de site hoort (niet-commercieel) en wat informatie van een adverteerder is, vervaagt steeds meer: een prijsvraag is een verkapte advertentie en een spelletje is bij nader inzien afkomstig van een adverteerder. Deze reclamevormen bevatten meestal geen feitelijke boodschap die kritisch verwerkt kan worden door jonge kinderen. Ze zijn er voornamelijk op gericht om op een subtiele (interactieve) manier positieve associaties met een merk te creëren.
Digitale vaardigheden prominenter in onderwijs
Jonge kinderen hebben grote moeite om het commerciële karakter van reclames te doorzien. Volgens de auteurs van ‘Contact! Kinderen en nieuwe media’ ontbreekt het de kinderen aan digitale vaardigheden. Jongeren maken wel veel gebruik van het internet maar ontberen de essentiële vaardigheden van het kunnen beoordelen van informatie en het kunnen inzetten van internet voor het realiseren van hun doelstellingen. De auteurs vinden dat het leren van deze vaardigheden een prominentere plaats moet krijgen in het onderwijs. In het ideale geval gaan scholen werken met een leerlijn ‘informatievaardigheden’, die start in het basisonderwijs en doorloopt in het hoger onderwijs. Volgens Remco Pijpers en Jos de Haan is het daarbij belangrijk dat kinderen leren hoe ze zelf actief en creatief om kunnen gaan met nieuwe media, omdat het leidt tot mediawijsheid: “Moedig kinderen bijvoorbeeld aan om websites te maken, mits dat veilig gebeurt. Als kinderen in staat zijn inhoud te maken en te publiceren, zijn ze beter in staat om mediaboodschappen van anderen te begrijpen”, aldus Jos de Haan van het SCP.
Naast aandacht voor educatie ook reclame beter onderscheiden
Het aanleren van digitale vaardigheden aan jonge kinderen alleen is echter onvoldoende , zo blijkt uit het boek. Kinderen benutten namelijk de opgedane mediawijsheid nauwelijks als ze online met reclame worden geconfronteerd. “De beïnvloeding van kinderen via internet is emotioneel en subtiel. De rationele kennis die een kind heeft opgedaan, wordt online onvoldoende ingezet om een commerciële boodschap te doorgronden”, aldus Remco Pijpers van Mijn Kind Online. Hij vervolgt; “Naast het aanleren van digitale vaardigheden moet er nog duidelijker aangegeven worden wanneer een boodschap een commerciële bedoeling heeft. Dit kan goed in de Kinder- en Jeugdreclamecode. Organisaties zouden niet via sociale netwerken met kinderen onder de 13 jaar contact op mogen nemen zonder toestemming van de ouders.”
Op maandag 17 mei jl. heeft minister Hirsch Ballin van Justitie mede namens minister van der Hoeven van Economische Zaken de nieuwe Postbus 51 campagne Veilig Internetten gestart. Nederlanders krijgen tijdens de campagne via radio- en televisiespots concrete tips hoe zij hun identiteit op internet af kunnen schermen, onder het motto: Weet aan wie je wat over jezelf vertelt, ook op internet. Internetcriminelen zoeken immers stelselmatig naar identiteitsgegevens.

Via radio- en televisiespots geeft de campagne concrete tips voor dagelijks internetgebruik. Daarnaast maakt de campagne gebruik van de website www.nederlandveilig.nl/veiliginternetten, van banners op websites van publieke en private campagnepartners en van nieuwsbrieven van die partners. De ministeries van Justitie en van Economische Zaken staan aan de basis van de nieuwste campagne. Minister Hirsch Ballin heeft vandaag samen met de Digiraad de nieuwe campagne afgetrapt. De Digiraad is de adviesraad voor en door jongeren over de digitale wereld en is in het leven geroepen door het overheidsprogramma Digivaardig & Digibewust van EZ.
De tips:
• Controleer aan wie jij je persoonlijke gegevens mailt;
• Verander regelmatig je wachtwoord;
• Check de S achter http in het webadres;
• Zet je automatische updates en firewall aan en installeer antispyware en een virusscanner;
• Stel een ID-alert in zodat je melding krijgt van wat er over jou op internet verschijnt.
Op de campagnesite kunnen bezoekers een test invullen om na te gaan welk ‘digitype’ zij zijn: de wizard, de webwijsneus, de digidummy en de kamikazepiloot.
In 2009 entameerde minister Hirsch Ballin een eerste, succesvolle Postbus 51 Campagne “Veilig Internetten”. Cybercriminelen zitten echter niet stil. Daarom waarschuwt het kabinet ook in 2010 haar burgers om hun identiteit te beschermen, ook op internet. Naarmate mensen internet steeds vaker gebruiken in hun zakelijke en sociale verkeer, neemt ook het belang toe van adequate veiligheidsmaatregelen waarmee zij hun internetverkeer beveiligen en hun identiteit afschermen. Dat kan door zelf zorgvuldig met privacygevoelige gegevens om te gaan en door technische maatregelen te nemen zoals het regelmatig updaten van software en installeren van een goede firewall. De eerste stap is mensen bewust maken van het risico dat zijzelf lopen in verband met de steeds professioneler en persoonlijker wordende internetcriminaliteit en van de verantwoordelijkheid die zij zelf hebben om te voorkomen dat ze slachtoffer worden. Dat internet ook risico’s met zich brengt en je zelf maatregelen moet treffen, is nog onvoldoende bekend.
Campagnepartners
Voorlichting aan internetgebruikers heeft prioriteit voor het kabinet. Hierbij werkt Justitie nauw samen met Economische Zaken en Binnenlandse Zaken. Het programma Digibewust en Digivaardig (EZ) en Govcert/Waarschuwingsdienst (BZK) ondersteunen deze publiekscampagne actief. Ook publieke en private partijen nemen hun verantwoordelijkheid en steunen deze publiekscampage “Veilig Internetten” . Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de politie en het OM, Marktplaats, thuiswinkel.org, Consuwijzer, KPN, UPC, xs4all, Telfort, Het Net, Ziggo, de Nederlandse Vereniging van Banken, DNB, Google, You Tube, Mijnkindonline, Mediawijzer.net etc (zie voor een volleidg overzicht de campagnewebsite).
Rijksoverheid: Nederland Veilig
De Rijksoverheid investeert in veiligheid. In de koepelcampagne ‘Nederland Veilig’ staat het handelingsperspectief van de burger centraal. Wat kan je zelf doen om je eigen en daarmee ook andermans veiligheid te vergroten? De campagne ‘Veilig Internetten’ is een van de campagnes onder het koepelthema Veiligheid.
Identiteit en privacy hebben met internet en de opkomst van sociale netwerksites een nieuwe invulling gekregen. Daarom presenteerde SURFdirect, de Digitale Rechten Expertise Community van SURF, vorige week het rapport Image-building op het internet: houd greep op je digitale identiteit: richtlijnen hoe je, als student en als wetenschapper, op een verstandige manier kan omgaan met je eigen digitale identiteit èn die van anderen. Conclusie is dat door slim om te gaan met de publicatiemogelijkheden van het internet een gewenst imago kan worden opgebouwd. Echter dient men alleen persoonlijke gegevens te publiceren die de hele wereld tot in lengte van dagen mag weten. Dit laatste ligt voor de hand, maar blijkt in de praktijk niet altijd toegepast te worden.
Online imago
“De manier waarop we communiceren is de afgelopen jaren sterk veranderd. Bij onze beeldvorming van anderen maken we veelvuldig gebruik van de informatie die op internet te vinden is. De gevonden informatie bepaalt mede het imago van de persoon in kwestie. Zorgvuldigheid in het bewaken van het imago is daarom essentieel, ook online”, aldus Evelijn Jeunink, juridisch adviseur bij SURFnet. “Ook in het hoger onderwijs is het noodzakelijk bewust te zijn van je imago. Een belangrijk deel van iemands imago als wetenschapper of professional (in spé) wordt ook hier bepaald door wat er over hem of haar op het internet te vinden is. Sollicitanten worden op internet opgezocht. Journalisten zoeken deskundigen over een actueel onderwerp vaak via internet. Populariteit van medestudenten wordt vaak afgemeten aan het aantal vrienden op Hyves en wie dat zijn. En als er over iemand helemaal niets op het internet te vinden is, zegt dat ook wat.”
Klik hier voor het gehele artikel
Vanaf 20 april jl. is het InternetMemorie beschikbaar. Het spel is bedoeld als discussiestarter voor opvoeders over internetgedrag van kinderen vanaf groep vijf. Het gebruik van het internet door kinderen stelt steeds nieuwe uitdagingen aan opvoeders! Vaak hebben opvoeders geen goed beeld van het internet gedrag van hun kinderen. Ook kinderen gaan hier meestal niet bewust mee om. Uit het onderzoek van SCP “NL kids online” blijkt, dat 83% van de kinderen tussen zes en tien jaar gebruik maakt van internet. Vooral het internetgebruik door jonge kinderen is toegenomen.
Het InternetMemorie (www.internetmemorie.nl) is speciaal ontwikkeld om jonge kinderen bewust te maken van hun eigen internetgedrag. Het memoriespel is een spel met kaartjes waarop afbeeldingen staan die betrekking hebben op mediawijze onderwerpen. Vanaf groep vijf van de basisschool kan dit spel gespeeld worden. Door de stoere plaatjes kan het ook gebruikt worden in het speciaal onderwijs. Omdat de kinderen in groepsverband het memoriespel spelen worden ze op een vrolijke manier geconfronteerd met hun eigen gedrag en dit geeft stof tot nadenken.
Het InternetMemorie is ontwikkeld door Pauline Maas van 4PIP (www.4pip.nl). Zij is o.a. docente bij de Stichting Mijn Kind Online (www.mijnkindonline.nl) en geeft les aan kinderen en pubers en voorlichting aan docenten en ouders over mediawijsheid.
Bij de pilot’s van het InternetMemorie is gebleken, dat kinderen veel plezier aan het spel beleven en tegelijkertijd stilstaan bij hun eigen internetgedrag. Een paar voorbeelden van de kaarten zijn: “Hoe ga jij om met je wachtwoord?” “Hoeveel vrienden heb jij op jouw Hyves?” Het napraten over de onderwerpen op de kaartjes is het belangrijkste leermoment voor kinderen en hun opvoeders. Met de speciaal ontwikkelde kleurplaat kunnen de kinderen nog meer nadenken over hun eigen internetgedrag. De lesbrief, die hoort bij het InternetMemorie kunt u downloaden vanaf de site van www.4pip.nl. Behalve op school, kan het spel ook in huiselijke kring worden gespeeld.
Het InternetMemorie wordt uitgeven door 4PIP (www.4pip.nl), het is te bestellen via het bestelformulier op de site en de kosten bedragen € 15,00.
Kinderen gaan steeds jonger online, en ze doen dat ook steeds intensiever. Er zijn kinderen die al vanaf hun tweede jaar internetten en de ‘gemiddelde’ driejarige peuter is al 35 minuten per week online. Om ouders en leerkrachten te helpen kinderen op internet te begeleiden, heeft stichting Mijn Kind Online, in samenwerking met Digivaardig & Digibewust, een nieuwe brochure gemaakt: ‘Kinderen en internet’. De brochure is er in twee versies. Een voor ouders met kinderen van 2 t/m 8 jaar en één voor ouders met kinderen van 9 t/m 12 jaar.
U kunt ze digitaal doorbladeren:
- Kinderen en internet (2 t/m 8 jaar)
- Kinderen en internet (9 t/m 12 jaar)
De brochures zijn gratis aan te vragen bij het programmabureau Digivaardig & Digibewust via info@digivaardigdigibewust.nl.
Nederlandse jongeren (6-18 jaar) zijn met hun internetgebruik koplopers in Europa. 93% gebruikt internet, tegen een Europees gemiddelde van 75%. Tegelijkertijd lopen Nederlandse jongeren ook een relatief hoog risico om met vervelende kanten van internet in aanraking te komen. Het is daarom noodzakelijk dat jongeren digitaal vaardiger worden om maatregelen te kunnen nemen tegen deze risico’s en om te streven naar een zo veilig mogelijke digitale omgeving. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het SCP-rapport NL Kids Online. Nieuwe mogelijkheden en risico’s van internetgebruik door jongeren dat is aangeboden aan Tineke Netelenbos, voorzitter van het programma Digivaardig & Digibewust.
“Dit rapport toont aan dat het van belang is om ook jongeren digitaal vaardig te maken. Jongeren maken dan wel veel gebruik van internet, ook zij ontberen vaak nog de kennis en kunde om dit veilig en verantwoord te doen. Dat maakt hen risicogroep. Het is daarom belangrijk dat wij - markt en overheid gezamenlijk – voorlichting blijven geven aan jongeren en daar ook de ouders en docenten in meenemen,” zegt Tineke Netelenbos. Binnen het programma Digivaardig & Digibewust maken overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen zich gezamenlijk sterk op dit gebied. Dit leidt tot voorlichtingsactiviteiten richting jongeren en hun opvoeders en tot samenwerkingsverbanden die bijdragen aan een veiligere digitale omgeving.
Uit het rapport blijkt verder dat veel voorkomend riskant online gedrag door jongeren met mogelijk negatieve consequenties in alle Europese landen zijn: het verstrekken van persoonlijke informatie, confrontatie met pornografisch materiaal, het zien van gewelddadige of haatdragende beelden, cyberpesten, ongevraagd seksueel getinte opmerkingen ontvangen en een online kennis of ‘vriend’ uit de virtuele wereld in de fysieke wereld ontmoeten. 15-20% van de online tieners in Europa geeft aan een zekere mate van angst of ongemakkelijk gevoel of zelfs bedreiging te voelen. Negatieve consequenties van online risico’s kunnen deels vermeden worden door het vergroten van digitale vaardigheden. Denk daarbij aan zoekvaardigheden, het beoordelen van informatie, het omgaan met problematische content en het vermijden van onwenselijk gedrag.
Rol ouders en docenten
Om de digitale vaardigheden te vergroten ligt een belangrijke taak voor zowel ouders als docenten. Zij moeten aanvulling bieden op wat jongeren veelal al spelenderwijs van elkaar leren, zonder de mogelijkheden voor jongeren in te perken. Het versterken van kennis van en inzicht in communicatietoepassingen die kinderen gebruiken en het vergroten van vaardigheden van ouders is een belangrijk om onnodige angsten bij ouders te voorkomen en gerichte interesse, advies en begeleiding van ouders aan hun kind te bevorderen. Niet alle ouders beschikken over de noodzakelijke kennis en vaardigheden om hun kinderen goed te begeleiden. Daarom spelen ook scholen een belangrijke rol bij het stimuleren van creatief, kritisch en veilig internetgebruik door jongeren. Via scholen kunnen alle kinderen bereikt worden, ook degene die vanuit huis weinig ondersteuning krijgen.
Andere aanbevelingen uit het rapport zijn onder meer blijvende aandacht voor bewustwording bij kinderen over de online risico’s en de maatregelen ertegen, het installeren van filters voor jonge kinderen, het verbeteren van de kwaliteit van online aanbod voor kinderen/jongeren (mede door zelf- en coregulering van dit aanbod door het gebruik van labels met leeftijdsgrenzen, het aanstellen van moderatoren, het gebruik van meldknoppen) en het verduidelijken van privacyvoorwaarden om misbruik van persoonsgegevens tegen te gaan.
EU Kids Online
In het SCP-rapport worden de belangrijkste uitkomsten samengevat van het project EU Kids online met Nederland als vergelijkingsland. Het project EU Kids online is gesubsidieerd door het Safer Internet plus Programme (DG Information Society and Media), de Europese Commissie en gecoördineerd door de London School of Economics and Political Science (LSE) in de personen van prof. dr. Sonia Livingstone en dr. Leslie Haddon. In het project zijn resultaten van empirisch onderzoek uit 21 Europese landen bij elkaar gebracht, toegankelijk gemaakt en in onderlinge samenhang geanalyseerd. Het project onderzocht in hoeverre de online activiteiten van jongeren in Europese landen op elkaar lijken, en waar en waarom landen van elkaar verschillen. Op basis van het onderzoek zijn aanbevelingen voor beleid en vervolgonderzoek geformuleerd.
- Gezamenlijke aanpak SZW, EZ, UWV, FNV en het programma Digivaardig & Digibewust
- Lancering gratis oefenprogramma voor 1.6 miljoen digitaal analfabeten
- Digistagiaires aan de slag in de bibliotheek
- Groeiend aantal banen en beroepen vereisen digitale vaardigheden
In Den Haag onderstreepten de ministeries van EZ en SZW, UWV WERKbedrijf, FNV en het programma Digivaardig & Digibewust vandaag de noodzaak van een gezamenlijke aanpak voor het verbeteren van digitale vaardigheden van 1.6 miljoen digitaal analfabeten. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de pilot van het UWV WERKbedrijf om klanten door te verwijzen naar de bibliotheek waar zij worden geholpen door zogeheten digistagiaires en het gratis online oefenprogramma ‘Klik & Tik. Het internet op.’ Vandaag gingen de eerste digistagiaires van het Stanislas College uit Rijswijk aan de slag in de Centrale Bibliotheek in Den Haag. 1 op de 10 Nederlanders is digitaal onvoldoende vaardig met het risico op sociale en economische achterstand. Dat aantal moet snel dalen om werknemers en werkzoekenden kansrijker te maken op de arbeidsmarkt en economische achterstanden te voorkomen.
Het UWV WERKbedrijf startte vandaag in samenwerking met de Centrale Bibliotheek Den Haag een pilot om haar klanten met het online oefenprogramma ‘Klik & Tik. Het internet op’ digitale vaardigheden bij te brengen. UWV-klanten die onvoldoende op het internet uit de voeten kunnen worden hierbij geholpen door digistagiaires; middelbare scholieren die dit doen als onderdeel van hun maatschappelijke stage. Binnenkort start het UWV WERKbedrijf een vergelijkbare pilot in Rotterdam, Oss en Amersfoort. In het kader van mediawijsheid is de bibliotheek dé plek voor een dergelijke bijeenkomst.
Bijblijven om straks niet de nieuwe digibeet te worden
Tijdens de ronde tafeldiscussie in de bibliotheek benadrukte Theo de Bakkervan het UWV WERKbedrijf dat digivaardigheid de kansen op het vinden van werk aanzienlijk vergroot. Digitale vaardigheden worden binnen bijna alle functies steeds belangrijker. Bovendien gebruiken steeds meer organisaties het internet als wervingskanaal. “Je bent geneigd te denken dat vanaf de basisschool alle digitale vaardigheden worden bijgebracht en je met een aantal jaren van het probleem af bent. Niets is minder waar. Ontwikkelingen gaan razendsnel, denk aan social media. Bijblijven, bijscholen het is allemaal nodig om te voorkomen dat mensen die nu voldoende digitaal vaardig zijn straks de nieuwe digibeten worden.
”José Hilgersom, Directeur-Generaal participatie en inkomenswaarborg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees op de noodzaak van digitale vaardigheden bij re-integratie op de arbeidsmarkt. “Kunnen werken met de computer en internet is, net als lezen en schrijven, een absolute basisvaardigheid om te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en kansrijk te re-integreren op de arbeidsmarkt.” Volgens Nicole Kroon, directeur ICT&T van het ministerie van Economische Zaken, is meedoen in de maatschappij niet alleen sociaal maar ook economisch van groot belang. “Over 5 jaar is voor 90% van de banen digitale vaardigheden van groot belang. Zonder kennis en vaardigheden rond computer, internet en ICT wordt het heel lastig om aan het werk te komen of te blijven.” Ook Leo Hartveld, federatiebestuurder van de FNV Vakcentrale benadrukte het belang van het kunnen beschikken over digivaardigheden voor werknemers en werkzoekenden. ‘Digitale basisvaardigheden zijn van belang om op de arbeidsmarkt te participeren en aan het werk te blijven. De FNV maakt zich sterk voor het regelen van faciliteiten op de werkvloer, waarbij werknemers in werktijd met ICT kunnen kennismaken en zich digitaal kunnen bijscholen.’
Klik & Tik. Het internet op.
Vooral ouderen, laagopgeleiden, allochtonen en werkzoekenden lopen risico’s om blijvend digitaal onvaardig te worden. Tineke Netelenbos, voorzitter van het programma ‘Digivaardig en Digibewust’: “Met ‘Klik & Tik. Het internet op’, dat promotioneel wordt ondersteund door de regionale omroepen, bieden we deze mensen laagdrempelig en gratis de kans om zich bij te scholen. Dat kan 24 uur per dag, thuis, op het werk, maar dus ook met begeleiding van studenten in de bibliotheek.”
‘Klik & Tik. Het internet op.’ is een initiatief van Stichting Expertisecentrum ETV.nl, financieel mede mogelijk gemaakt door Digivaardig & Digibewust en bevat zes modules met video-instructies en oefeningen waarmee cursisten de basisbeginselen van internet leren. Het programma is te bekijken op www.klikentik.nl
Landelijke campagne voor mediawijzer loketten in openbare bibliotheken
Mediawijzer.net organiseert in de laatste week van november - 24 november t/m 1 december 2010 - een grote publiekscampagne onder de naam de ‘Week van de Mediawijsheid’. De campagne heeft als doel het publiek en het onderwijs te attenderen op de openbare bibliotheek als het lokaal loket voor mediawijsheidactiviteiten. Als voorbereiding op de campagne organiseert Mediawijzer.net van 24 t/m 31 maart voor de betrokken organisaties een ‘Week van de Mediawijsheid Part 1’. De aftrap vindt plaats op woensdagmiddag 24 maart met een landelijke bijeenkomst in Beeld en Geluid in Hilversum.
De bijeenkomst bij Beeld en Geluid is vooral gericht op directies, mediacoaches en andere medewerkers van openbare bibliotheken. Zij worden uitgebreid geïnformeerd over het concept van mediawijzer loketten in de bibliotheken en over de campagneplannen: hoe kunnen ze daarin participeren, wat wordt er van de bibliotheken verwacht en hoe zal Mediawijzer.net ze daarbij ondersteunen. Ook presenteren netwerkpartners van Mediawijzer.net hun mediawijsheidactiviteiten die door bibliotheken kunnen worden overgenomen als onderdeel van hun mediawijzer loket aanbod.
Regionale voorlichtingsbijeenkomsten
Aansluitend op de landelijke bijeenkomst in Beeld en Geluid zijn er vier regionale voorlichtingsbijeenkomsten in bibliotheken verspreid over het land, waar bibliotheken zich eveneens kunnen laten informeren over de plannen. Die bijeenkomsten zijn achtereenvolgens in de Bibliotheek Rotterdam (25 maart), Bibliotheek Gelderland-Zuid Nijmegen (29 maart), Bibliotheek Assen (30 maart), en in de Bibliotheek Midden-Brabant Tilburg (31 maart).
Informatie en aanmelden
Meer informatie over de Week van de Mediawijsheid en het programma van de landelijke aftrap vindt u op www.mediawijzer.net/?q=partners.
Voor deelname aan de landelijke of de regionale bijeenkomsten kan men zich tot 12 maart via het aanmeldingsformulier.
Nederlandse jeugd vindt dat zij goed nadenken voordat zij iets online zetten
Game ‘Think before you post’ daagt jongeren uit om dat te bewijzen
DEN HAAG - Volgens bijna de helft (44%) van de Nederlandse jongeren is het veilig om persoonlijke informatie op een sociale netwerksite te zetten. Van de Nederlandse jongeren heeft 51 procent wel eens uit nieuwsgierigheid gereageerd op een online benadering door iemand die ze niet kenden. Dat blijkt uit een peiling van Microsoft die in elf Europese landen op MSN door ruim veertienduizend respondenten werd ingevuld in het kader van Safer Internet Day, de Europese dag voor internetveiligheid.
Uit een Nederlandse peiling van Digivaardig&Digibewust op MSN.nl onder bijna tienduizend respondenten, blijkt dat jongeren tot 25 jaar bijna allemaal van zichzelf vinden (88%) dat zij goed nadenken voordat zij iets online zetten. Maar is dat ook echt zo? Met de game ‘Think before you post’ kunnen de jongeren dat bewijzen. Het gaat om een spel waarin de fictieve Anna adviezen vraagt over wat ze wel en niet online moet posten op sociale media als Facebook, Hyves, Twitter en MSN. De game kan vanaf vandaag gespeeld worden op MSN.nl of via www.thinkbeforeyoupost.nl.
In het kader van Safer Internet Day bezoekt staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken vanmiddag de Haagse middelbare school Haganum. Met circa honderd jongeren, en diverse experts op het gebied van sociale media, praat de staatssecretaris over wat je wel en niet moet achterlaten op sociale netwerksites. Heemskerk: “Internet biedt enorm veel mogelijkheden om je sociale netwerk te vergroten; je kunt banen aangeboden krijgen via online netwerken, oude bekenden weer ontmoeten en foto’s en van je vakanties met vrienden delen. Maar staan jongeren ook voldoende stil bij de gevolgen van het posten van persoonlijke gegevens? Daar willen we met de campagne ‘Think before you post’ op inspelen. Want het gaat lang niet altijd goed en jongeren lopen soms onnodig allerlei risico’s en belanden in vervelende situaties”.
Safer Internet Day
De Safer Internet Day is een jaarlijks terugkerende dag (elke tweede dinsdag in februari) waarop in heel Europa aandacht wordt gevraagd voor veilig internetgebruik door jongeren. De dag, die als thema heeft: ‘Think befor you post’, is een initiatief van de Europese Commissie. In Nederland vraagt het programma Digivaardig & Digibewust, dat mede wordt gefinancierd door de Europese Commissie, het ministerie van Economische Zaken en het bedrijfsleven op deze dag aandacht voor veilig gebruik van internet. Op www.saferinternetday.nl en www.saferinternet.org staat meer informatie over de diverse activiteiten in Nederland en andere landen op deze dag. Dit jaar besteden ook niet-Europese landen aandacht aan het onderwerp.
Uit nieuw onderzoek van Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust blijkt dat een kwart van de Nederlandse jongeren wel eens is opgezadeld met een ongewild abonnement op een sms-dienst. Tegen hun zin en vaak zonder dat ze het weten zijn ze tussen de 10 en 250 Euro kwijt aan diensten als wallpapers, ringtones en spelletjes voor de mobiele telefoon. Ook één op de tien kinderen tussen 8 en 12 jaar met een mobiele telefoon zijn de dupe van deze misleiding. Het onderzoek Altijd Binnen Bereik is onlangs uitgevoerd onder duizend kinderen en jongeren van 8 t/m 17 jaar (panel van Qrius).
Het onderzoek laat zien hoeveel minderjarigen de dupe zijn. Vijftig procent is tien Euro armer gemaakt, 18 procent is tussen de tien en twintig euro kwijtgeraakt, 14 procent tussen 20 en 30 Euro, acht procent tussen 30 en 50 Euro, zes procent tussen 50 en 100 Euro en 2 procent meer dan 100 Euro. Vooral VMBO-leerlingen zijn vaak slachtoffer van een ongewenst abonnement.
Andere resultaten van het onderzoek zijn:
Download het onderzoeksrapport Altijd Binnen Bereik (pdf).
Brochures over mobiele telefonie voor ouders en scholen
Ook voor ouders is er een verantwoordelijkheid. Het onderzoek laat zien dat kinderen die waarschuwingen of verboden krijgen van hun ouders (zoals: vul nooit online je 06-nummer in) minder vaak per ongeluk een sms-abonnement afsluiten. Mediaopvoeding heeft dus zin.
Speciaal voor ouders en scholen hebben de stichting Mijn Kind Online en Digivaardig&Digibewust brochures over mobiele telefonie gemaakt: Mijn Kind Mobiel en Mijn Puber Mobiel.
Bekijk de brochures online:
Mijn kind mobiel
Mijn puber mobiel
Download de brochures:
Mijn kind mobiel
Mijn puber mobiel
Gedrukte exemplaren van de brochures zijn via info@digivaardigdigibewust.nl gratis aan te vragen.
Over de afzenders van het onderzoek
Stichting Mijn Kind Online is een expertisecentrum jeugd en media dat is opgericht door KPN, met hulp van Ouders Online (www.ouders.nl). MKO werkt redactioneel onafhankelijk. De belangrijkste missie van Mijn Kind Online is het helpen van ouders, scholen en professionele opvoeders bij de internetopvoeding. Dat doet zij onder meer door het geven van ouderavonden en trainingen. Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van digitale media voor kinderen - MKO stimuleert góed digitaal aanbod, onder meer door de jaarlijkse Gouden @penstaart verkiezing van de beste kindersite, en Mybee, een gratis kinderbrowser (www.mybee.nl). Website: www.mijnkindonline.nl
Digivaardig & Digibewust is een programma van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het programma heeft als doel het aantal mensen dat niet of nauwelijks digitale vaardigheden heeft terug te brengen en het verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen te stimuleren. Doelgroepen zijn: digibeten, jongeren en hun opvoeders (ouders en docenten), MKB en senioren. Website: www.mijndigitalewereld.nl
Den Haag, 5 november 2009 - Frank Heemskerk, Staatssecretaris van Economische Zaken gaf vanmiddag in de Centrale Bibliotheek in Den Haag de aftrap van de ‘Internet Boot Camp’ (www.internetbootcamp.nl). De site en de bijbehorende campagne is onderdeel van het Programma Digivaardig & Digibewust waarmee overheid en bedrijfsleven het aantal digibeten in Nederland wil terugdringen. Internet Boot Camp helpt mensen die wel gebruik maken van internet maar zich digibeet voelen, op weg zodat ze kunnen profiteren van de vele voordelen van het internet. De site is gratis en veel bibliotheken besteden er aandacht aan in reguliere cursussen, workshops en lezingen. Verschillende online exploitanten als IlseMedia, Ster, Hyves, MSN, AdLINK, Webads, Marktplaats, RTL en Adfactor bieden de Internet Boot Camp campagne van Digivaardig & Digibewust tot het einde van het jaar 20 miljoen bannervertoningen en werken dus grotendeels belangeloos mee.
Naar schatting 1.6 miljoen Nederlanders (1 op de 10) zijn onvoldoende internetvaardig en feitelijk digitaal analfabeet. In een samenleving waarin internet steeds belangrijker wordt, levert dat maatschappelijke obstakels op. Mensen die onvoldoende digitaal vaardig zijn (waaronder o.a. veel senioren en laagopgeleiden) maken niet of nauwelijks gebruik van e-mail, gebruiken geen internetsites om te solliciteren en communiceren nauwelijks digitaal met overheidsinstellingen. Basale digitale vaardigheden kunnen echter heel wat opleveren. Zo levert de vaardigheid om producten online te vergelijken en kopen bijvoorbeeld, al gauw een koopkrachtvoordeel op van bijna 90 euro per jaar. Ook sta je sterker op de arbeidsmarkt. Met de nieuwe site kunnen deze mensen volgens staatssecretaris Heemskerk nu gericht werken aan hun eigen internetvaardigheden en zo profiteren van de vele voordelen.
De site is volgens Tineke Netelenbos -voorzitter van het Programma Digivaardig & Digibewust- vooral bedoeld voor de iets ‘gevorderde’ digibeten. Uit nieuw onderzoek in opdracht van Digivaardig & Digibewust blijkt namelijk dat veel mensen met enige digitale ervaring ontevreden zijn over hun eigen vaardigheden. Zij geven zichzelf een ruime onvoldoende (4,8). Bijna de helft van deze groep (46%) zegt wel geïnteresseerd te zijn in een training. Meer dan driekwart (78%) wil leren van hulplijnen zoals familieleden, kennissen en vrienden om later problemen zelfstandig op te lossen. “Met de nieuwe site spelen we hier op in. Door de training word je zelfredzamer. Ook hoef je daarna minder vaak een beroep te doen op vrienden, kennissen en je kinderen,” aldus Heemskerk.
“De nieuwe site helpt je op weg met internetten en is één van de eerste tastbare acties uit het programma Digivaardig en Digibewust. Voor de komende periodes staan meer acties op stapel om het aantal digibeten terug te dringen. Zo wordt ook gewerkt aan trainingen voor mensen die werkelijk alle vaardigheden ontberen. Ook volgen nog speciale acties voor senioren en andere specifieke doelgroepen,” aldus Netelenbos.
Andere opvallende cijfers uit het onderzoek dat voor de nieuwe campagne is verricht:
- 84% van de doelgroep roept nu nog de hulp in van zogeheten hulplijnen uit de directe omgeving. Vooral (volwassen) kinderen (42%), familieleden (37%) en instanties (19%) worden om hulp gevraagd bij internetproblemen. Ongeveer de helft van de digitaal vaardige Nederlanders fungeert wel eens als ‘hulp’.
- Opvallend is dat vooral kinderen optreden als troubleshooter wanneer ouders vastlopen op internet. Zij blijken de internetkenners bij uitstek.
- De meeste (53%) ‘hulplijnen’ worden 1 tot 2 keer per maand gevraagd om te helpen. Vervelend vinden ze dit niet. 60% geeft aan het zelfs prettig tot zeer prettig te vinden. 39% is hier neutraal over en slechts 1% van de ondervraagden vindt het onprettig.
- De doelgroep heeft vooral problemen hebben met het invullen van digitale formulieren (14%) en het maken of herstellen van internetverbindingen (10%). Veel vrienden en familie (52%) krijgen regelmatig vragen over internetverbindingen of internet. Ook worden deze zogenaamde ‘hulplijnen’ regelmatig ingeschakeld om andere internet problemen op te lossen zoals het downloaden van programma’s (36%), het beveiligen van de computer tegen virussen en spam (34%) en foto’s uploaden (30%).
Hyves is opgezet als website voor (jong)volwassenen, maar inmiddels zijn bijna alle kinderen er te vinden. Klasgenoten en reeds bestaande vrienden zijn de belangrijkste contacten voor jonge kinderen en tieners op Hyves, de grootste sociale netwerksite van Nederland, met meer dan 9 miljoen profielen. Opvallend is dat maar liefst 75% van de 8- tot 18-jarigen op Hyves ook een van zijn ouders als Hyves-vriend heeft. Dat blijkt uit het onderzoek Krabbels & Respect plz? ;-) onder 1051 kinderen en tieners. Het onderzoek is door Marion Duimel verricht voor stichting Mijn Kind Online en het samenwerkingsverband Digivaardig & Digibewust.
Gratis downloads
- Het rapport Krabbels & Respect plz? ;-) (pdf)
- De brochure Mijn kind op Hyves (pdf)
- De brochure Mijn puber op Hyves (pdf)
Kinderen geven wachtwoord aan ouders
Toen Hyves begon, waren de uitgangspunten helder: de website was bedoeld voor (jong-)volwassenen, vooral studenten. Vraag je nu, in 2009, aan leerlingen van groep 8 wie een profiel op Hyves heeft, dan steekt driekwart van de klas zijn vinger op. Met 14 jaar is het zelfs al 80%. Van de 8-jarigen heeft een derde een profiel op Hyves.
Ouders zijn betrokken internetopvoeders, blijkt uit het onderzoek. Het actiefst zijn ouders met jonge kinderen. Praktisch alle 8-jarigen op Hyves hebben hun ouders in hun vriendennetwerk. Verder hebben bijna alle kinderen tussen 8 en 10 jaar hun wachtwoord aan hun ouders gegeven, wat erop wijst dat zij Hyven onder begeleiding van hun ouders. De invloed van ouders is ook zichtbaar aan het feit dat de meerderheid van alle profielen van kinderen tot 10 jaar zijn afgeschermd, dus onzichtbaar zijn gemaakt voor onbekenden. Ouders wijzen hen daarop.
Ouders zijn betrokken, maar nog niet genoeg
Ouders van jonge kinderen lijken Hyves aan te grijpen om aan internetopvoeding te doen. Ouders van pubers doen dat nog een stuk minder. Want de pubers in het onderzoek gaven veel minder vaak aan dat ze met hun ouders praten over hun ervaringen op Hyves. Van de 8-jarigen heeft de helft het er wekelijks over, maar van de 16-en 17-jarigen is dat nog maar 1 op de 10. Dat is jammer, want in de puberteit (10-14 jaar) wordt actief deelnemen aan sociale netwerken steeds intensiever, wat juist meer risico’s met zich meebrengt. Er samen over praten kan problemen voorkomen, en kan helpen bij het verwerken van nare ervaringen.
Tweederde van de tieners is wel eens verwijderd uit iemands vriendenlijst (‘ontvrienden’ heet dat) en dat vinden ze niet leuk. Hoe ga je daarmee om? Ongeveer 1 op de 8 kinderen heeft wel eens ruzie op Hyves, en 1 op de 5 krijgt wel eens een vervelende krabbel. Vooral de 13- tot 15-jarigen hebben daar emotioneel last van.
Pratende ouders stellen vaker regels
Ouders die wel met hun kinderen praten over Hyves, blijken ook veel vaker regels te stellen over gedrag op internet dan ouders die niet praten over Hyves. Bijvoorbeeld over het afschermen van hun profiel, of over wie ze wel of niet mogen toevoegen als vriend. Hoe belangrijk dit soort regels zijn, blijkt bijvoorbeeld uit de aanwezigheid van malafide modellenscouts op Hyves die erop uit zijn geld te verdienen aan jonge tieners door veel inschrijfgeld te vragen: tieners die niet weten van deze praktijken zijn nog kwetsbaarder als ze geen regels hebben over het omgaan met onbekenden via Hyves.
Ouders hebben nauwelijks regels voor pubers
Bij driekwart van de 8-jarigen gelden huisregels over afscherming, maar ook dat neemt geleidelijk af met de leeftijd. Bij 17-jarigen is het nog maar bij 1 op de 10. Terwijl het stellen van regels wel degelijk ook bij tieners zin heeft: als ouders de regel hebben opgelegd om het profiel ‘op slot’ te zetten, staat bij 70% van de kinderen het profiel ook daadwerkelijk deels of geheel afgeschermd. Als ouders zo’n regel niet hebben opgelegd, is dat maar bij 30% van de kinderen het geval.
Gratis brochures
Naast het onderzoek Krabbels & Respect plz? ;-) brengen Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust twee brochures over Hyves uit: een voor ouders met kinderen tot 12 jaar (‘Mijn kind op Hyves’) en een voor ouders met pubers (‘Mijn puber op Hyves’). In de brochures staan tips voor ouders en scholen om kinderen op Hyves te begeleiden. Deze brochures zijn gratis te downloaden via www.mijnkindonline.nl/hyves en www.mijndigitalewereld.nl. Vanaf eind september zijn ook de gedrukte exemplaren van deze brochure gratis beschikbaar en (in beperkte oplage) op te vragen via info@digivaardigdigibewust.nl.
Over de afzenders van het onderzoek
Stichting Mijn Kind Online is een expertisecentrum jeugd en media dat is opgericht door KPN, met hulp van Ouders Online (www.ouders.nl). MKO werkt redactioneel onafhankelijk. De belangrijkste missie van Mijn Kind Online is het helpen van ouders, scholen en professionele opvoeders bij de internetopvoeding. Dat doet zij onder meer door het geven van ouderavonden en trainingen. Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van digitale media voor kinderen - MKO stimuleert góed digitaal aanbod, onder meer door de jaarlijkse Gouden @penstaart verkiezing van de beste kindersite, en Mybee, een gratis kinderbrowser (www.mybee.nl). Website: www.mijnkindonline.nl
Digivaardig & Digibewust is een programma van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het programma heeft als doel het aantal mensen dat niet of nauwelijks digitale vaardigheden heeft terug te brengen en het verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen te stimuleren. Doelgroepen zijn: digibeten, jongeren en hun opvoeders (ouders en docenten), MKB en senioren. Website: www.mijndigitalewereld.nl
Nederlandse internetgebruiker heeft bescherming tegen cybercrime zelf in de hand
Mensen die veilig internetten, zullen minder snel slachtoffer worden van cybercrime. Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft op 27 juli in Den Haag het startsein gegeven voor de publiekscampagne ‘Veilig Internetten’. Doel van de campagne is dat mensen op internet bewuster omgaan met hun persoonsgegevens. Cybercriminaliteit komt immers steeds vaker voor en neemt telkens andere vormen aan, waardoor het iedereen kan raken. Het programma Digivaardig & Digibewust is partner van deze campagne.
De campagne houdt de internetgebruiker een spiegel voor: ben jij je bewust van de gegevens die je over jezelf achterlaat op internet? Via radio- en televisiespots geeft de campagne vijf concrete tips voor dagelijks internetgebruik. Daarnaast maakt de campagne gebruik van de website www.veiliginternetten.nl en van banners op websites van publieke en private campagnepartners. De vijf tips zijn:
• Update je software en zet je firewall aan
• Ga bewust om met je persoonsgegevens
• Check altijd het webadres voor je betaalt
• Open nooit zomaar bestanden
• Wees alert op contacten die aanbiedingen doen of om gegevens vragen
De Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) laat zien dat Nederland in algemene zin veiliger is geworden. Maar onze samenleving verandert; een relatief nieuwe vorm van criminaliteit neemt toe: cybercrime. Uit vooronderzoek van Intomart GFK blijkt dat 40% van de respondenten, van 18 jaar en ouder, zich zorgen maakt over cybercrime. Uit onderzoek van de RVD blijkt dat veel Nederlanders wel weten dat het verstandig is om een virusscanner en een firewall aan te schaffen. Maar minder bekend is dat hun onlinegedrag er toe kan leiden dat ze via internet worden opgelicht of dat er misbruik van hun identiteit wordt gemaakt.
Campagnepartners
Voorlichting aan internetgebruikers heeft prioriteit voor het kabinet. Hierbij werkt Justitie nauw samen met Economische Zaken en Binnenlandse Zaken. Het programma Digibewust en Digivaardig (EZ) en Govcert/Waarschuwingsdienst (BZK) ondersteunen deze publiekscampagne actief. Ook publieke en private partijen nemen hun verantwoordelijkheid en steunen deze publiekscampage “Veilig Internetten” . Hierbij gaat het om Opta, Consuwijzer, de internetproviders UPC, KPN, xs4all, Telfort en Het Net, Marktplaats, de Nederlandse Vereniging van Banken, Google en om sociale netwerksites zoals Hyves en You Tube.
Rijksoverheid: Nederland Veilig
De Rijksoverheid investeert in veiligheid. In de koepelcampagne ‘Nederland Veilig’ staat het handelingsperspectief van de burger centraal. Wat kan je zelf doen om je eigen en daarmee ook andermans veiligheid te vergroten? De campagne ‘Veilig Internetten’ is de eerste campagne onder het koepelthema.
Het Schoolblik stimuleert verantwoord internetgebruik door kinderen
Op 26 juni jl. ontvingen twee basisscholen uit handen van Wethouder Erik van Merrienboer een cheque van €1.000,- euro. De prijs viel ten deel aan RK Basisschool St.-Willibrordus in Eersel en Basisschool De Wilderen in Waalre. Beide scholen wisten van ‘veilig internetten’ een belangrijk issue te maken. Tot tevredenheid van de scholen, ouders en leerlingen.
Kinderen maken veel gebruik van internet, maar zijn zich niet altijd bewust van de mogelijke risico’s. ‘Het Schoolblik’ is een project dat docenten helpt leerlingen veilig en verantwoord te laten omgaan met internet. Op initiatief van Stichting Mel@nion kregen scholen in Eindhoven en omgeving het blik medio vorig jaar aangeboden. Scholen die op een bijzondere manier aan de slag zijn gegaan met het Schoolblik maakten kans op de geldprijs van €1.000,-.
Ruim 80 scholen in Eindhoven en bijna 270 in de regio Zuidoost-Brabant ontvingen medio vorig jaar het Schoolblik, boordevol informatiemateriaal. ‘Het Schoolblik’ is een product van Digibewust, een samenwerkingsverband tussen overheid en bedrijfsleven, dat in Nederland het veilig en verantwoord gebruik van internet en andere digitale middelen stimuleert. Bij de projectevaluatie bleek dat St.-Willibrordus in Eersel en De Wilderen in Waalre het meest initiatiefrijk aan de slag zijn gegaan met het lesmateriaal uit Het Schoolbik. Daarbij hebben deze scholen een aantal eigen initiatieven ontplooid waardoor het thema ‘veilig internetten’ bijzondere aandacht kreeg.
St.-Willibrordus
De ontvangst van Het Schoolblik was voor RK Basisschool St.-Willibrordus in Eersel direct het startschot van een intensieve ‘veilig gebruik van internet’ campagne. De groepen 6, 7 en 8 hebben in de klas gebruik gemaakt van het beschikbaar gestelde lesmateriaal. Als afsluiting is het ‘Diploma Veilig internet’ uitgereikt. St. Willibrordus gaf een maandelijks infobulletin uit waarin het verantwoord gebruik van internet centraal stond. Ook heeft de school een speciale bijeenkomst met ouders georganiseerd, zodat ook zij zich bewust worden van de mogelijke risico’s van het internetgebruik van hun kinderen. Het prijzengeld bij St.-Willibrordus zal ten goede komen aan een digitale filmcamera en digitale fototoestellen.
De Wilderen
Basisschool De Wilderen in Waalre heeft eveneens intensief gewerkt met ‘Het Schoolblik’. Het beschikbaar gestelde lespakket met filmpjes en foldermateriaal is gebruikt om het thema goed op de kaart te zetten bij leerlingen van groep 5, 6, 7 en 8. Ook de ouders zijn betrokken. Een speciale bijeenkomst, onder leiding van een deskundige, gaf ouders inzicht in de mogelijke gevaren van het medium internet. De Wilderen heeft het onderwerp ‘veilig internetten’ overigens in haar beleid verankerd. Vanaf het volgend schooljaar is er een internetprotocol van kracht met continue aandacht voor het verantwoord internetgebruik door kinderen. Het prijzengeld bij De Wilderen zal ten goede komen aan een digitaal schoolbord.
De verspreiding van ‘Het Schoolblik’ is een initiatief van de stichting Mel@nion, een Eindhovens samenwerkingsplatform van non-profit organisaties voor internet, en wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de gemeente Eindhoven, provincie Noord-Brabant, stichting Kinderpostzegels Nederland en het Coöperatiefonds van de Rabobank Eindhoven. Projectpartners zijn: gemeente Eindhoven, Openbare Bibliotheek Eindhoven en Politie Brabant Zuid-Oost.