Stap 1. Voer een trefwoord in (bv. "Spam" of "Chatten")
Stap 2. Druk op "Zoeken" om informatie te krijgen
Start
Zoeken
Bibliotheek
Over deze site
Ervaringen van een digibeet
Woordenlijst
Actueel
 
Actueel
Doe mee aan een onderzoek naar de online privacybeleving

Maakt u gebruik van sociale media en user generated content sites? Vul dan de enquete is die te vinden is op: http://bit.ly/Survey-CONSENT.

Deze enquete maakt onderdeel uit van een Europees programma genaamd CONSENT. Binnen dit programma werken 20 Europese universiteiten samen om de meningen en ervaringen van internetgebruikers in alle landen van de Europese Unie te verzamelen daar waar het gaat om het gebruik van persoonlijke informatie, privacy en het geven van online toestemming. De informatie wordt gebruikt om consumenten en internetgebruikers juridsch beter te beschermen. In Nederland werkt eLaw@Leiden, het centrum voor recht in de informatiesamenleving van de Universiteit Leiden, aan dit project. U kunt aan dit onderzoek bijdragen door de online enquete in te vullen.

Sociale netwerken moeten minderjarige gebruikers beschermen

Uit onderzoek van EUKidsOnline blijkt dat jongeren op steeds jongeren leeftijd gebruik maken van sociale netwerken. Maar velen zijn zich niet bewust van de privacyrisico’s. 77% van de kinderen van 13 tot 16 jaar en 38% van de 9 tot 12 jarigen in de EU heeft een profiel op een sociale netwerksite. Een kwart hiervan geeft aan dat hun online profiel voor iedereen toegankelijk is. Bovendien hebben veel kinderen p hun profiel hun adres en/of telefoonnummer vermeld.

De resultaten onderstrepen het belang van nakoming van de zogenaamde Safer Social Networking Principles for the EU van de Europese Commissie uit 2009. De belangrijkste sociale netwerksites in Europa hebben dit convenant ondertekend en hebben zich daarmee gecommitteerd aan het nemen van maatregelen om de online veiligheid van minderjarige gebruikers te verbeteren. De Nederlandse sociale netwerksite Hyves heeft dit convenant ook ondertekent en heeft sindsdien bijvoorbeeld de profielen van jongeren onder 16 jaar standaard op ‘privé’ staan. Dit heeft wel tot Kamervragen geleid, omdat jongeren die standaardinstelling zelf ongedaan kunnen maken.

De online veiligheid van kinderen is een belangrijk onderdeel van de Digitale Agenda van Kroes, vicevoorzitter van de Europese Commissie voor de Digitale Agenda. Zij roept alle sociale netwerksites op er onmiddellijk voor te zorgen dat alleen personen op de lijst van toegestane contacten standaard toegang hebben tot het profiel van hun minderjarige gebruikers en dat dit niet toegankelijk is voor zoekmachines. De Commissie maakt binnenkort de eerste resultaten bekend van de evaluatie van de Safer Social Networking Principles for the EU.

Kinderen zijn actieve gebruikers van sociale netwerksites
Uit het door het EUKidsOnline netwerk bekendgemaakte onderzoek, dat werd gehouden onder 25.000 jongeren in 25 Europese landen, blijkt dat 38% van de 9-12-jarigen verklaart een profiel te hebben op een sociale netwerksite. Dit percentage varieert van 70% in Nederland tot 25% in Frankrijk. Sociale netwerken zijn nog populairder bij teenagers: 77% van de kinderen in de leeftijdsgroep van 13 16 jaar verklaart een profiel te hebben.
15% van de kinderen in de leeftijdsgroep 9-12 jaar verklaart meer dan 100 contacten te hebben op hun profiel, waarbij Hongarije het hoogste scoort met 47%. Van de kinderen in de leeftijdsgroep van 13-16 jaar, hebben kinderen in België, Denemarken, Griekenland, Hongarije, Italië, Nederland, Noorwegen, Polen, Zweden en het VK eerder meer dan 100 contacten dan kinderen in andere landen.

Veel kinderen hebben een profiel dat voor iedereen toegankelijk is
Een kwart van de kinderen op sociale netwerksites verklaart dat hun profiel voor iedereen toegankelijk is. Eén vijfde van hen vermeldt op dit profiel ook zijn adres en/of telefoonnummer. In 15 van de 25 landen is het nog waarschijnlijker dat kinderen in de leeftijdsgroep van 9-12 jaar een profiel hebben dat toegankelijk is voor iedereen. Slechts 56% van de kinderen in de leeftijdsgroep van 11-12 jaar verklaart te weten hoe ze de privacyinstellingen op hun sociale netwerkprofiel kunnen veranderen. Oudere kinderen zijn hier vaardiger in en 78% van de kinderen in de leeftijdsgroep van 15-16 jaar zegt te weten hoe dit moet.

Bron: Europese Commissie.

Jonge internetgebruikers minder vaardig dan gedacht

Uit onderzoek van EU Kids Online blijkt dat Europese jongeren aangeven dat ze niet zo vaardig zijn als algemeen verondersteld wordt. Het zijn vooral jonge tieners (11-13 jaar) die nog niet over alle internetvaardigheden beschikken. Het onderzoek laat grote verschillen in digitale vaardigheid zien tussen Europese landen. Nederlandse jongeren nemen na Finse en Sloveense de derde plaats in.

Ongeveer de helft van de Europese 11- tot 13-jarigen zegt dat zij in staat zijn om eenvoudige taken op internet uit te voeren, zoals het blokkeren van ongewenste boodschappen. Onder 15- tot 16-jarigen stijgt dit tot driekwart. Het zijn dus vooral jonge tieners die nog niet over alle benodigde internetvaardigheden beschikken. Het gaat enerzijds om vaardigheden als het blokkeren van e-mails met reclame. Anderzijds zijn het vaardigheden om de betrouwbaarheid van online informatie te beoordelen. Met name kinderen uit gezinnen met een hogere sociaaleconomische achtergrond zeggen vaker dat zij meer digitale vaardigheden hebben. Ook geven jongens vaker aan dan meisjes digitaal vaardig te zijn.

Aan 9- tot 16-jarige internetgebruikers werden 17 verschillende online activiteiten voorgelegd. Jongeren zeggen hiervan ongeveer de helft te doen. Het vaakst gebruiken ze het internet voor huiswerk (85%), spelletjes (83%) of sociale netwerking (62%). Het plaatsen van berichten op websites (31%), creëren van een avatar (18%) of bloggen (11%) doen ze veel minder.

Nederlandse jongeren op derde plek
Tussen Europese landen zijn grote verschillen te vinden. Zo blijken jongeren in Finland de meest vaardige te zijn, gevolgd door Slovenië en Nederland. In Ierland en Turkije daarentegen doen jongeren de minste online activiteiten.

Onderzoekster Nathalie Sonck van het Sociaal en Cultureel Planbureau die meewerkte aan dit onderzoek: “Door meer en verschillende taken op het internet uit te voeren, bouwen jongeren hun vaardigheden op. Bovendien zullen vaardigere jongeren in staat zijn om nog meer, en ook andere, activiteiten op internet uit te voeren.”

Marjolijn Bonthuis van Digivaardig & Digibewust vult aan: “Jongeren groeien op in een samenleving waarin internet steeds belangrijker wordt. Goede kennis van hoe zij internet gebruiken, brengt economische en maatschappelijke voordelen met zich mee. Het is daarom belangrijk dat overheid en bedrijfsleven ondersteuning bieden om jongeren vaardiger te maken. Door bij het maken van producten en diensten rekening te houden met jonge gebruikers, maar ook door voorlichting en bewustwordingsactiviteiten. Ook de scholen zouden een belangrijke rol moeten spelen bij de digitale ontwikkeling van kinderen.”

EU Kids Online onderzoek
Het EU Kids Online onderzoek is uitgevoerd in 25 Europese landen. Het wordt door de Europese Commissie gefinancierd vanuit het Safer Internet Programma. De coördinatie wordt door de London School of Economics and Political Science (LSE) gedaan. In Nederland zijn het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam betrokken bij het onderzoek.

Het versterken van digitale vaardigheden is een doelstelling van de Europese Digitale Agenda van Eurocommissaris Kroes. In Nederland werken overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen samen aan het verbeteren van digitale vaardigheden van Nederlanders en het stimuleren van het veilig en verantwoord gebruik van digitale middelen, zoals internet binnen het programma Digivaardig & Digibewust.

Het onderzoek van EU Kids Online is te vinden op: www.eukidsonline.net.

Europa verwelkomt 112.000 nieuwe onliners tijdens Get Online Week

Tijdens de Get Online Week, die afgelopen week in zesentwintig Europese landen werd georganiseerd, hebben 112.074 offliners hun eerste stappen op het internet gezet. Dit aantal is bijna twee keer zoveel als vorig jaar tijdens de eerste Get Online Week. In Nederland werden op initiatief van Digivaardig & Digibewust verschillende acties op touw gezet in samenwerking met partners als Microsoft, SeniorWeb, Codename Future, de Openbare Bibliotheken en FNV Eindhoven. Het internet kon tijdens de Get Online Week 404 Nederlanders verwelkomen.

Volgens de EU maakt 30% van de Europese bevolking geen gebruik van het internet. Eurocommissaris Neelie Kroes, die het initiatief nam voor de Get Online Week, vindt dit aantal veel te hoog en wil binnen vijf jaar het aantal Europese digitale analfabeten halveren. Alleen door samen te werken met partners lijkt deze doelstelling realiseerbaar. De afgelopen week zijn in zesentwintig Europese landen tal van lokale activiteiten georganiseerd. Rond het thema ‘Bring a friend’ werden onliners gevraagd om offliners, zoals senioren, werkzoekenden en laagopgeleiden te stimuleren zich te begeven op de digitale snelweg. In Letland liep dit voorspoedig met 41.482 nieuwe internetters. Ook in andere Oost-Europese landen zoals Litouwen, Roemenië, Polen en Rusland was de Get Online Week succesvol. Digivaardig & Digibewust blijft in Nederland, waar zo’n 10% van de bevolking digitaal analfabeet is, samen met haar partners werken aan het vergroten van de digitale vaardigheden van de bevolking. Naast het motiveren en enthousiasmeren van deze groep wordt gewerkt aan een overzicht van alle relevante cursussen in Nederland en zijn er online programma’s ontwikkeld zoals Klik en Tik, het internet op en samen op het web om beginnende internetters te ondersteunen bij het online gaan.

Over de Get Online Week

De Europese Get Online Week is een initiatief van Eurocommissaris Neelie Kroes en wordt georganiseerd door Telecentre-Europe. Het doel is om in zoveel mogelijk Europese landen in bestaande leercentra zoals bibliotheken en computercentra, mensen te motiveren gebruik te maken van internet. Lokale organisaties sluiten zich hierbij aan. Meer informatie hierover is te lezen op www.getonlineweek.eu.

Meerderheid online denkt dat ‘offliners’ het internet niet nodig hebben

3 Maart 2010, Schiphol - Maar liefst 80% van de mensen die online zijn, kan niet langer dan twee dagen zonder internet. Zij hebben het nodig voor school, werk of omdat zij het simpelweg niet kunnen missen. 61% van de mensen die online zijn, geeft aan dat mensen, die internet niet benutten, het niet nodig hebben of geen interesse hierin hebben. Dit blijkt uit een enquête van Microsoft via MSN.nl onder circa 2100 respondenten.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Get Online Week van 28 februari tot en met 5 maart 2011. Deze week wordt in 26 Europese landen gehouden, op initiatief van Neelie Kroes met als thema ‘Bring a friend’ en wordt in Nederland gecoördineerd door Digivaardig & Digibewust. De Get Online Week heeft in Europa als concreet doel om 100.000 mensen online te krijgen.

85% van de ondervraagden kent mensen die internet nog niet gebruiken. 54% daarvan is ouder dan vijftig jaar. Dit betekent dat er naast de bekende groep senioren, volgens de enquête-uitslagen, ook nog een hele groep mensen jonger dan vijftig jaar nooit online is.
De kloof in de belevingswereld tussen mensen met of zonder internet is daarnaast groot. De ene groep kan niet zonder, maar denkt dat de ‘offliners’ aan de andere kant geen interesse hebben in het internet (61%). Een derde van de internetters verklaart het gebrek aan online aanwezigheid omdat de offliners nooit geleerd hebben om te gaan met internet.
De meningen verschillen over hoe deze kloof gedicht kan worden: 43% van de mensen wijst er op dat het vooral een kwestie is van uitproberen en gewoon online gaan. 36% van de online actieve mensen geeft als tip dat mensen hulp kunnen vragen aan familie en vrienden en 21% ziet wel iets in een cursus ‘internet voor beginners’.

Gonnie Been van Microsoft over de uitkomsten: “Wij, als internetvaardige mensen, nemen het heel eenvoudig voor lief dat internet ons leven makkelijker maakt, terwijl we het klaarblijkelijk logisch vinden dat anderen hier niet van kunnen profiteren. Om mee te kunnen doen in de maatschappij zijn digitale vaardigheden essentieel. Als ik bijvoorbeeld naar mezelf kijk, als werkende moeder, dan geeft het digitale leven mij zo veel praktische voordelen en nieuwe mogelijkheden. Die voordelen zouden voor iedereen beschikbaar moeten zijn en daarom is de Get Online week van belang om 100.000 mensen extra online te krijgen in Nederland. Naast deze belangrijke stimulans ondersteunen wij als Microsoft ook al enige jaren de Stichting Computerwijk die zich inzet voor het bereiken laagdrempelige computercursussen in de eigen wijk”.

“Uit dit onderzoek blijkt dat dus nog 64% van de mensen in principe niet een rol voor zichzelf ziet weggelegd om nonliners in hun omgeving te stimuleren of te helpen”, aldus Marjolijn Bonthuis, van Digivaardig & Digibewust: “Dat is jammer want in de huidige samenleving spelen computer en internet een steeds belangrijkere rol. Niet alleen om op sociaal vlak mee te kunnen doen, maar kunnen werken met de computer en internet, is net als lezen en schrijven een absolute basisvaardigheid om te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt of te re-integreren. Zonder kennis en vaardigheden rond computer, internet en ICT wordt het heel lastig om aan het werk te komen, of te blijven. Wij vinden juist ook die onliner belangrijk die met zijn of haar positieve internetervaringen de offliners in zijn/haar omgeving net een ‘duwtje’ in de rug kan geven.”

Over de Get Online Week
De Europese Get Online Week is een initiatief van Eurocommissaris Neelie Kroes en wordt georganiseerd door Telecentre-Europe. Het doel is om in zoveel mogelijk Europese landen in bestaande leercentra zoals bibliotheken en computercentra, mensen te motiveren gebruik te maken van internet. Lokale organisaties sluiten zich aan bij de Get Online Week om tijdens de actieweek van 28 februari t/m 5 maart in totaal 100.000 Europeanen te bereiken. Meer informatie is te vinden op www.mijndigitalewereld.nl. Op de internationale site www.getonlineweek.eu staat een overzicht met alle deelnemende landen.


Get Online Week wil 100.000 Europese offliners online krijgen

Nog steeds zijn er in Nederland 1.6 miljoen mensen ‘digitaal analfabeet’. In heel Europa maakt, volgens schattingen van de EU, 30% van de bevolking geen gebruik van computers en internet. Om deze offliners te stimuleren internet te gebruiken, wordt op initiatief van Eurocommissaris Neelie Kroes van 28 februari t/m 5 maart de Get Online Week georganiseerd. In zesentwintig Europese landen zijn er tal van lokale activiteiten rond het thema ‘bring a friend’ waarmee offliners, waaronder senioren,

werkzoekenden, laagopgeleiden en allochtonen, de eerste stappen op de digitale snelweg kunnen zetten. Voor het eerst doet ook Nederland mee aan de Get Online Week met activiteiten in het hele land. Het programma Digivaardig & digibewust coördineert de activiteiten.

Kans op een Xbox 360 met Kinect
Digivaardig & Digibewust roept haar partners op tijdens de Get Online Week zoveel mogelijk nonliners online te helpen. Onder andere Microsoft, SeniorWeb, Codename Future, Computerwijk, FNV Eindhoven en ook een groot aantal bibliotheken hebben al concrete acties aangekondigd. Iedere onliner die tijdens de Get Online Week een offliner het internet op helpt en zich registreert op www.mijndigitalewereld.nl maakt kans op 1 van de 10 Xbox 360-consoles met Kinect sensor. De organisatoren willen tijdens de Get Online Week minimaal 100.000 Europese offliners online krijgen. Het thema is ‘Bring a friend’ omdat uit onderzoek blijkt dat het helpt wanneer beginnende internetters een ‘duwtje’ in de rug krijgen van bekenden die positieve internetervaringen hebben.

Pleitbezorger Neelie Kroes
Eurocommissaris Neelie Kroes, verantwoordelijk voor de Digitale Agenda in Europa, is ervan overtuigd dat internetervaring nodig is voor de ontwikkeling van Europa en ziet het als één van haar grootste uitdagingen om zoveel mogelijk Europeanen gebruik te laten maken van internet. “We moeten het resultaat van de Get Online Week van vorig jaar (68.000 nieuw onliners) de komende vijf jaar wekelijks halen om mijn gestelde doel, het aantal Europanen dat nooit gebruik maakt van internet te halveren, te realiseren.” Volgens cijfers van de EU maakt 30% van de Europeanen nooit gebruik van internet. Tijdens de Europese start van de Get Online Week in Brussel afgelopen week benadrukte Nelie Kroes de noodzaak om samen te werken met lokale partners.

Marjolijn Bonthuis, van Digivaardig & Digibewust: “Ook in ons land is nog steeds 1 op de 10 Nederlanders nauwelijks digitaal vaardig of maakt geen gebruik van internet. Dat is jammer want in de huidige samenleving spelen computer en internet een steeds belangrijkere rol. Niet alleen om op sociaal vlak mee te kunnen doen, maar kunnen werken met de computer en internet, is net als lezen en schrijven, een absolute basisvaardigheid om te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt of te re-integreren. Zonder kennis en vaardigheden rond computer, internet en ICT wordt het heel lastig om aan het werk te komen of te blijven.”

Agenda activiteiten in Nederland
Tijdens de Get Online Week werkt Digivaardig & Digibewust samen met Microsoft, SeniorWeb, Codename Future, Computerwijk en FNV Eindhoven. Deze organisaties hebben in het hele land activiteiten om zoveel mogelijk offliners te bereiken. Senioren en andere doelgroepen kunnen tijdens de week via 0900 – 8282828 (10 ct. per minuut) een gratis informatiepakket aanvragen en zich laten registreren als onliner.

Over de Get Online Week
De Europese Get Online Week is een initiatief van Eurocommissaris Neelie Kroes en wordt georganiseerd door Telecentre-Europe. Het doel is om in zoveel mogelijk Europese landen in bestaande leercentra zoals bibliotheken en computercentra, mensen te motiveren gebruik te maken van internet. Lokale organisaties sluiten zich aan bij de Get Online Week om tijdens de actieweek van 28 februari t/m 5 maart in totaal 100.000 Europeanen te bereiken. Meer informatie is te vinden op www.mijndigitalewereld.nl. Op de internationale sitewww.getonlineweek.eu staat een overzicht met alle deelnemende landen.

Habbolive.nl en HetKlokhuis.nl winnen Gouden Apenstaarten 2011

‘Ongelooflijk dat deze site door jongeren is gemaakt’

Hilversum, 8 februari 2011 - Vanmiddag zijn, in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem Alexander, de Gouden Apenstaarten uitgereikt aan de makers van Habbolive.nl en HetKlokhuis.nl. Met 3.147 stemmen kwam Habbolive.nl als winnaar uit de bus in de categorie ‘websites gemaakt door jongeren’. Habbolive is een officiële fansite van de populaire online game Habbo Hotel Nederland en België. In de categorie ‘websites gemaakt door professionals’ kreeg Het Klokhuis de Gouden Apenstaart. De Gouden Apenstaarten, dit jaar uitgereikt door Tineke Netelenbos, Nicolette van Dam en de winnares van vorig jaar Wilma Westenberg, worden jaarlijks uitgereikt aan de makers van de beste Nederlandse kinderwebsites. Beide winnaars dingen dit jaar voor het eerst mee naar de European Award for Best Children’s Online Content.

De verkiezing voor de beste kinderwebsite werd dit jaar voor de vierde keer gehouden en wordt georganiseerd door de Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust. De jury selecteerde in januari tien sites, uit meer dan driehonderd inzendingen. 14.252 mensen brachten daarna hun stem uit, ruim 4.000 meer dan in 2010. Met de verkiezing van de Gouden Apenstaart wil de organisatie onder de aandacht brengen dat toenemende online kwaliteit de online wereld voor kinderen veiliger, leerzamer en aantrekkelijker maakt. Het is dan ook geen toeval dat de uitreiking van de Gouden Apenstaarten plaatsvond op de European Safer Internet Day. Tijdens de Safer Internet Day vragen scholen, instellingen en organisaties in heel Europa aandacht voor ‘veilig internet voor jongeren´. Speciaal voor de uitreiking van de winnaars van de Gouden Apenstaarten kwam Prins Willem Alexander naar het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. De Prins sprak voorafgaand aan de bekendmaking met de genomineerde jongeren en sprak ook zijn waardering uit voor hun sites.

Categorie websites gemaakt door jongeren
In de categorie ‘websites gemaakt door jongeren’ kreeg Habbolive.nl 3.147 stemmen. De jury zei hierover: “De jongens en meiden van Habbolive hebben geluk gehad: de site was al terzijde gelegd, omdat we niet wilden geloven dat dit door jonge mensen gemaakt was. De uitstraling is erg volwassen. Maar niet alleen dat: deze tieners hebben ook heel goed gekeken hoe anderen een website maken. Welke elementen zijn er, waartoe dienen ze en hoe kun je je bezoekers terug laten komen? Knap! Het resultaat mag er dus zijn.”

Categorie websites gemaakt door volwassenen
HetKlokhuis.nl was de grote winnaar in de categorie ‘websites gemaakt door volwassenen’. Klokuis.nl is de website van het gelijknamige kindertelevisieprogramma. De jury zei over de website van het Klokhuis: “De restyling van de website heeft enorme verbeteringen gebracht: alle onderdelen die er zijn, zijn nu goed te vinden. De website is prikkelend, eigentijds en toch heel overzichtelijk.”

European Award for Best Children´s Online Content
Zowel HetKlokhuis.nl als Habbolive.nl dingen dit jaar mee naar de European Award for Best Children´s Online Content. Deze award wordt in 2011 voor het eerst uitgereikt en is een initiatief van de veiliger internet centra in veertien lidstaten en het veiliger internet programma van de Europese Unie. De doelen van de uitreiking van deze award zijn om de online content van goede kwaliteit voor 6-12 jarigen te belichten en om de productie van online kwaliteitscontent waar kinderen op een of andere manier voordeel van hebben aan te moedigen (opvoeden, informeren, fantasie verrijken, nieuwe mogelijkheden open te stellen, etc.)

De jury
De jury van de Gouden Apenstaart bestond dit jaar uit: Wouter van den Berg, usability expert bij MetrixLab, Marjolijn Bonthuis, adjunct-directeur ECP-EPN, Elke Das, leerkracht basisonderwijs Skozok, Lycke Hoogeveen, communications manager SIDN, Eline Kwantes, manager online Nickelodeon North, Justine Pardoen hoofdredacteur Ouders Online en projectleider Mijn Kind Online, en Jolle de Wit, illustrator en ontwerper bij Guardstone.

Over de Gouden Apenstaart
Waag Society is bedenker van de naam van de Gouden Apenstaart en startte al in 1999 een verkiezing van beste website en cd-rom onder deze naam. Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust hebben de verkiezing voortgezet, in een nieuwe vorm: alleen de beste kinderwebsites worden nu gekozen.

Aandacht voor risico’s van internet voor kinderen blijvend noodzakelijk

Diverse onderzoeken en activiteiten in diverse landen, ook in Nederland

Hilversum, 8 februari 2011 -Ruim 30% van de Europese jongeren (11-16 jaar) bespreekt privédingen online die zij offline niet zouden bespreken. Sommige jongeren (12%) vinden het veel makkelijker om op internet zichzelf te zijn dan in het echt leven. Zij vormen een risicogroep omdat zij bijvoorbeeld mogelijk makkelijker online persoonlijke informatie versturen naar mensen die zij niet kennen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van EU Kids Online. Een peiling via MSN.nl laat zien dat de Nederlandse jeugd (tot 25 jaar) bewust zegt na te denken over online activiteiten. Beide onderzoeken steunen het thema van de Safer Internet Day 2011 die vandaag plaatsvindt: It’s more than a game, it’s your life. Dit thema moet mensen aan moedigen na te denken over hun online identiteit en hun echte ik te bewaken. 70 landen nemen deel aan de Safer Internet Day 2011. De organisatie van de Safer Internet Day in Nederland is in handen van Digivaardig & Digibewust.

“Safer Internet Day is het jaarlijkse hoogtepunt voor alle mensen en organisaties die werken aan een veiliger internet. Vandaag hebben Safer Internet Centres, leerkrachten, ouders, marktpartijen en kinderen zelf de mogelijkheid om te laten zien wat er al bereikt is en wat de uitdagingen zijn voor de toekomst”, zegt Neelie Kroes, ambassadeur van de Safer Internet Day, en Eurocommissaris voor de Europese Digital Agenda. “Met name voor kinderen en jongeren betekent het zowel het vieren van alle geweldige kansen en mogelijkheden die de digitale wereld biedt, als een aansporing om zich ook te gedragen als verantwoordelijke burgers in deze digitale wereld. Ik ben er trots op de Safer Internet Day te mogen ondersteunen”. Inmiddels nemen 70 landen deel: van IJsland tot Kenia en van Canada tot Zuid-Korea. Uiteraard doen ook alle 27 landen van de Europese Unie mee. In Nederland organiseert het programma Digivaardig & Digibewust vandaag de uitreiking van de Gouden @penstaarten 2011 voor beste kinderwebsite van Nederland. Met deze verkiezing wordt onder de aandacht gebracht dat toenemende online kwaliteit de online wereld voor kinderen veiliger maakt en daarnaast ook leerzamer en aantrekkelijker.

EU Kids Online:
Het is onderdeel van het volwassen worden om te experimenteren met identiteit, ook online. Bovendien is online over bepaalde zaken praten soms minder gênant dan deze offline bespreken. Dit is een van de voordelen van online communicatie waar ook jongeren van profiteren. Voor het merendeel van de Europese jongeren geldt dat zij geen moeite hebben met het maken van vrienden offline en zij zich ook in het echte leven zichzelf voelen. Hierdoor ondernemen zij ook weinig risicovolle activiteiten online. Maar een kleine groep Europese jongeren zoekt mogelijk makkelijker naar vrienden online omdat zij moeite hebben om vrienden te vinden offline. Ook verstuurt deze groep mogelijk makkelijker persoonlijke informatie naar mensen die zij niet kennen. Juist omdat zij zo zichzelf zijn op internet vormen zij een kwetsbare groep die mogelijk in vervelende situaties terecht kunnen komen. Voor deze groep is het belangrijke om de risico’s van online communicatie en het verspreiden van persoonlijke informatie te bespreken. Dit blijkt uit een survey van EU Kids Online in het kader van de Safer Internet Day. De survey is hier te vinden.

MSN.nl/Microsoft NL:
De Nederlandse jeugd denkt steeds beter na voordat zij iets online zetten, ingaan op online uitnodigingen of onbekende bestanden openen. Dit blijkt uit een peiling die MSN.nl (Microsoft Nederland) deed onder bijna 11.000 jongeren (tot 25 jaar). Meer dan de helft van de respondenten zegt dat een vriendenuitnodiging van een netwerksite van een onbekende nooit toe te voegen. Zo’n 40% voegt de persoon toe, maar checkt daarna meteen het profiel van die persoon. Slechts 5,5% accepteert de uitnodiging en stuurt meteen een berichtje. Over het geven van een telefoonnummer aan iemand die je op je netwerksite hebt toegevoegd antwoordt 30% dit niet te doen, 66% een privébericht te sturen met telefoonnummer en ruim 3% een krabbel op de site te plaatsen. Meer resultaten van dit onderzoek in het kader van de Safer Internet Day, zijn te vinden op http://nieuws.nl.msn.com/home/jongeren-bewust-van-internetgevaar.

Speciale uitgave 4 tot 8 jarigen: Spelend Leren: Online Zijn
Op Safer Internet Day 2011 is ook een gloednieuwe publicatie met leuke spelletjes voor 4 tot 8 jarigen gelanceerd, getiteld Spelend leren: online zijn en ontwikkeld door Insafe in samenwerking met de SID gold sponsor Liberty Global Inc. Dit is een boekje voor jonge kinderen en hun ouders en leerkrachten. Omdat kinderen steeds jonger beginnen spelen en zoeken op computer en internet, heeft Insafe ook voor deze doelgroep materiaal ontwikkelt om bewustwording over kansen en risico’s te bevorderen terwijl ook hun taalvaardigheden, culturele en sociale vaardigheden worden gestimuleerd.

Safer Internet Day
De Safer Internet Day is een jaarlijks terugkerende dag (iedere tweede dinsdag van februari) waarop in heel Europa aandacht wordt gevraagd voor veilig internetgebruik door jongeren. De dag is een initiatief van de Europese Commissie. In Nederland vraagt het programma Digivaardig & Digibewust op deze dag aandacht voor veilig gebruik van internet. Op www.saferinternetday.nl en www.saferinternet.org vindt u meer informatie over de diverse activiteiten in Nederland en andere landen op deze dag. Kijk op www.saferinternetday.nl voor meer informatie over bovengenoemde onderzoeken en de uitgave Spelend leren.

Unieke, onafhankelijke kindermedia-gids online

De eerste en unieke mediagids voor alle kindermedia tussen 1,5 en 12 jaar is online. Deze Mediasmarties gids voorziet in een grote behoefte om een overzicht te hebben over de beschikbare en actuele televisieprogramma’s, dvd’s, websites en games. Naast een korte inhoudsomschrijving is elk product voorzien van een leeftijdsindicatie.

Dit initiatief, dat tot stand kwam door het Ministerie van OCW en Jeugd en Gezin, is een gevolg van het steeds groeiende aanbod van media voor kinderen, de grote aantrekkingskracht van media voor kinderen die ze onbeperkt en onbevangen beleven, en ouders die dit proces niet meer kunnen overzien en onbekwaam zijn op het gebied van mediaopvoeding.

De selectiecriteria in Mediasmarties maken een overzicht van diverse categorieën, zoals platform, commercieel/ niet commercieel, onderwerp, thema mogelijk. Hierdoor kunnen mediagebruikers als ouders en professionele opvoeders een bewuste keuze maken die past bij de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Uiteindelijk maken ouders zelf een keuze op basis van een overzichtelijke voorselectie.
De kinderen tussen 6 en 12 jaar krijgen vanaf het voorjaar 2011 de gelegenheid om zelf de gids te raadplegen.
Naast een zoekfunctie biedt de online gids een mogelijkheid om per kind een persoonlijke profielpagina aan te maken als leidraad voor het mediagebruik van een week. Deze pagina geeft een visueel aantrekkelijk en actueel overzicht met gebruikersinformatie. Een printoptie is toegevoegd. In een review kunnen ouders input achterlaten voor de redactie en medegebruikers.
Cathy Spierenburg, programmamanager van Mediasmarties en voormalig netmanager van Z@ppelin:“Om ervoor te zorgen dat het een onafhankelijk, deskundig en betrouwbaar systeem is, hebben we een virtuele academie geopend om recensenten op te leiden voor een uniforme wijze van beschrijven en adviseren. Dat werkt goed in de uitstraling en beeldvorming. We hebben ons laten bijstaan door tal van deskundigen een uitgebreide ouderraad. Uit de testfase blijkt dat men zeer tevreden is met deze aanpak.”
Mediasmarties gaat in 12 provincies op 3 november om 10 uur online.

Gouden Apenstaart verkiezing weer begonnen

De Gouden Apenstaart-verkiezing voor beste kindersite is weer begonnen. Professionele makers kunnen tot 1 december hun sites weer aanmelden via www.goudenapenstaart.nl, evenals kinderen zelf.

Wat de beste websites voor kinderen zijn bepalen de vakjury en de publieksjury. In december en januari mag het publiek stemmen, waarna op 8 februari 2011 – op de Europese Safer Internet Day - de winnaars bekend worden gemaakt. In navolging en naar voorbeeld van deze Nederlandse verkiezing organiseert de Europese Commissie in juni 2011 voor het eerst de Europese verkiezing voor beste kinderwebsite. Veertien landen in Europa wijzen ieder een winnaar aan, eveneens in twee categorieën. Deze winnaars dingen in de Europese eindronde naar de ‘European Award for Best Children’s Online Content’. De promotie van websites geschikt voor kinderen draagt volgens Eurocommissaris Kroes bij aan het aantrekkelijker maken van de online wereld voor kinderen en hun ouders.

Criteria voor goede kinderwebsite in Nederland

De Gouden Apenstaart verkiezing heeft als doel de discussie over kwaliteit voor kinderen op internet te bevorderen. Ook wordt hiermee aan ouders en opvoeders een handreiking gegeven bij het maken van keuzes voor geschikte websites voor kinderen. De vakjury van de Gouden Apenstaart kijkt specifiek naar de aantrekkelijkheid, de betrouwbaarheid en de gebruikersvriendelijkheid van de website. Hierbinnen vallen aandachtspunten als reclame op de website, taalgebruik, balans met interactieve elementen, omgang met privacygevoelige informatie, schadelijke content, informatie over de maker en duidelijke navigatie. Het publiek beslist uiteindelijk op internet wie de Gouden Apenstaart wint door te stemmen op een van de door de vakjury genomineerde websites.

Aanmelden tot 1 december!

Makers – kinderen en volwassenen – van kinderwebsites die mee willen dingen naar de Gouden Apenstaart kunnen zich tot 1 december aanstaande via www.goudenapenstaart.nl aanmelden. Na 1 december buigt de vakjury zich over de inschrijvingen. 17 januari 2011 maakt de vakjury de genomineerden bekend. Het publiek kan vervolgens tot 1 februari 2011 stemmen op haar favoriet. Op 8 februari 2011 – de Europese Safer Intenet Day – maakt de jury de winnaars bekend en worden de prijzen uitgereikt.

European Award for Best Children’s Online Content

De Gouden Apenstaart verkiezing heeft geïnspireerd tot en model gestaan voor de Europese competitie die in 2011 voor de eerste keer plaatsvindt. Neelie Kroes, Eurocommissaris voor de Digital Agenda: “Kinderen gaan steeds jonger online en wij moeten ervoor zorgen dat zij zich veilig voelen en dat ze leuke, leerzame, veilige en vooral voor hun leeftijd geschikte websites vinden. Met andere woorden: wij moeten deze nieuwe generatie het beste wat het internet kan bieden aanreiken! Daarom ben ik bijzonder verheugd met het initiatief van de Gouden Apenstaart verkiezing in Nederland, want ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke wedstrijd bijdraagt aan de kwaliteit van online content, waardoor de cyberwereld nog aantrekkelijker wordt voor kinderen en hun ouders.”

Meer informatie

De Gouden Apenstaart-prijzen zijn een vervolg op de Gouden Apenstaarten zoals die zijn toegekend door Waag Society in samenwerking met stichting Lezen en ProBiblio, van 1999 tot 2004. In 2007 heeft stichting Mijn Kind Online de Gouden Apenstaart verkiezing nieuwe leven in geblazen. Meer informatie over de Gouden Apenstaart-verkiezing is te vinden opwww.goudenapenstaart.nl.

Landelijke voorlichting over risico’s van cyberseks voor jongeren

Aantal aangiften van seksueel misbruik op internet sterk toegenomen

De stichting Mijn Kind Online start een landelijke bewustwordingscampagne voor ouders en scholen over de risico’s van cyberseks. De politie ondersteunt dit initiatief. De campagne start naar aanleiding van nieuwe cijfers van de politie. In 2009 kwamen bij de politie in totaal 254 aangiften binnen van jongeren die via internet seksueel zijn misbruikt. Dat is een duidelijke toename ten opzichte van 2008, toen 190 aangiften bij de diverse politieregio’s werden geregistreerd. Volgens de politie gaat het slechts om het topje van de ijsberg.

In de meeste gevallen worden kinderen ertoe aangezet zich te ontkleden voor de webcam om daarna seksuele handelingen met zichzelf te plegen. Kinderen staan er in veel gevallen niet bij stil dat de beelden door de vrager worden opgenomen. Deze worden als chantagemiddel ingezet of als kinderporno verspreid op het internet. In enkele gevallen zijn de opnamen gebruikt om te komen tot een ontmoeting, waarna seksuele handelingen (ontucht) volgden. Seksueel kindermisbruik op internet is strafbaar. In 2010 zijn de voorbereidingshandelingen tot misbruik ook strafbaar geworden, zoals chatten met het doel te komen tot seksuele handelingen.

Campagne
De politie heeft contact gezocht met stichting Mijn Kind Online om ouders en scholen voor te lichten over tieners en internet. Een centrale rol in de campagne speelt de voorlichtingsbrochure ‘Verliefd op Internet’, die seksueel misbruik op internet bespreekbaar maakt. Ouders en scholen kunnen op het politiebureau deze gratis voorlichtingsbrochure ophalen, maar ook aanvragen via www.mijndigitalewereld.nl (klik hier) , de website van Digivaardig & Digibewust, een samenwerkingsverband van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Digivaardig & Digibewust is partner in de campagne.

In ‘Verliefd op Internet’ wordt niet alleen ingegaan op de risico’s maar ook op normaal pubergedrag. Pubers worden nu eenmaal verliefd en ze experimenteren op allerlei gebied, dus ook met flirten, relaties en seks via internet. Stichting Mijn Kind Online pleit voor meer aandacht voor internet bij de seksuele opvoeding. Justine Pardoen, hoofdredacteur van Mijn Kind Online: “Internetopvoeding ís seksuele opvoeding. Zodra kinderen beginnen met communiceren op internet - en vaak is dat al op 8-jarige leeftijd - moet je met hen praten over de rol van seks op internet in alle verschijningsvormen. Daarbij hoort ook dat je kinderen leert ‘nee’ te zeggen als iemand anders zijn of haar grenzen overgaat, en dat het heel belangrijk is dat ze de grenzen van anderen respecteren.”

Naast de voorlichtingsbrochure kunnen lessen over cyberliefde worden gedownload en geeft de stichting Mijn Kind Online ouderavonden over het onderwerp.

Aangifte doen
De politie maakt zich grote zorgen over de toename van het aantal aangiften van seksueel misbruik op internet. Temeer omdat er sterke signalen zijn dat het aantal aangiften slechts het topje van de ijsberg is. Als het flirten op internet uit de hand loopt en uitmondt in misbruik, is de drempel om contact te zoeken met de politie groot. Een van de hoofdredenen is schaamte. Kinderen durven niet over de aanleiding te praten, uit angst om niet serieus te worden genomen of uit vrees dat de politie het niet zal begrijpen. Ook zijn er jongeren die het idee hebben dat er ‘toch niets’ met de aangifte zal gebeuren. Anderen willen vooral voorkomen dat hun ouders met de situatie geconfronteerd worden.

De politie benadrukt dat het altijd belangrijk is om melding te maken of aangifte te doen van een strafbaar feit op internet. Alleen na aangifte kan de politie doen waarvoor zij is: strafbare feiten aanpakken. Jongeren onder de 16 kunnen niet zelfstandig aangifte doen. Stichting Mijn Kind Online adviseert jongeren - vooral als ze jonger zijn dan 16 jaar - om als het even kan een volwassene mee te nemen bij het doen van aangifte. Ook kan er online melding worden gemaakt, via www.meldpuntcybercrime.nl.

Veel misbruik op seksueel gebied vindt plaats tussen jongeren onderling. Mijn Kind Online krijgt daar de meeste vragen over. Het is belangrijk dat jongeren èn hun ouders zich bewust zijn van de risico’s die zij op internet lopen en wat je eraan kunt doen om misbruik te voorkomen. Deze campagne draagt daar aan bij, aldus de politie en Mijn Kind Online.

Websites onvoldoende toegesneden op jongeren

Jongeren overhandigen onderzoek ‘Einstein bestaat niet’ met 65 tips aan demissionair minister Van der Hoeven

Jongeren tussen 12 en 18 jaar zijn erg actief en sociaal op internet, maar de sites die zij bezoeken zijn onvoldoende toegesneden op hun vaardigheden. Tieners zijn namelijk minder handig online dan vaak wordt gedacht. Ze maken veel fouten doordat ze ongeduldig zijn en slecht lezen. Hierdoor vinden zij vaak niet wat ze zoeken. Jongeren ergeren zich op internet aan reclame, slechte leesbaarheid, onoverzichtelijkheid en registratieverplichting. Websites voor jongeren kunnen kortom veel gebruiksvriendelijker.
Dit blijkt uit het op 4 oktober 2010 gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Einstein bestaat niet’ van het programma Digivaardig & Digibewust, waarin 65 tips worden gegeven om websites voor jongeren te verbeteren. Enkele andere opvallende resultaten uit de online enquête onder 501 jongeren en persoonlijke interviews met 30 jongeren:

  • Jongeren zeggen dat zij bepaalde sites niet bezoeken uit angst voor virussen. Veel jongeren downloaden echter wel en beseffen te weinig dat daarbij de kans op een virus veel groter is.
  • Scholen hebben weinig computers vinden de jongeren, en het is vaak niet mogelijk om met digitaal lesmateriaal huiswerk via internet te maken. 67% van de jongeren geeft aan dat zij dit leuker zouden vinden dan huiswerk op papier.
  • 38% van de jongeren brengt op doordeweekse dagen één tot twee uur door op internet als vrijetijdsbesteding. Het web wordt vooral gebruikt voor chatten met bekenden (79%) en huiswerk (78%).
  • Jongeren antwoorden in eerste instantie dat ze niet veel op internet zitten. Maar na doorvragen ligt dat anders: internet komt op plaats twee van vrijetijdsbesteding. Op één staat naar buiten gaan met vrienden, maar ‘internetten’ komt voor de mobiele telefoon of sporten.
  • Een vijfde van de onderzochte jongeren heeft thuis geen eigen computer.
  • 9% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar spreekt af met mensen die ze alleen via chat kennen.
  • 42% van de jongeren vindt het goed dat ouders af en toe over de schouder meekijken. 26% is het hier niet mee eens.
  • YouTube wordt door 83% van de jongeren graag bezocht, gevolgd door Hyves (78%), Hotmail (62%) en Google (62%).

Vrijwel alle geïnterviewde jongeren vinden dat zij handig zijn op internet. Tweederde van de jongeren vindt zichzelf handiger dan de docent (tegenover 31% die zichzelf even handig vindt). Die zelfverzekerdheid blijkt echter niet uit testjes waaraan jongeren op de computer werden onderworpen. Ze maken weliswaar volop gebruik van sneltoetsen en dat trucje geeft volwassenen de verkeerde indruk. Zij denken dat de jeugd alles weet en kan op het web, maar schijn bedriegt: jongeren gaan op internet vaak de mist in. Bij het gebruik van bijvoorbeeld Google voeren ze zelfs simpele zoekopdrachten vaak zonder succes uit. Ze zijn zo ongeduldig in hun zoektocht, dat ze niet goed kijken naar de geboden informatie. Daardoor vinden ze minder snel wat ze zoeken, bijvoorbeeld als ze een passend abonnement voor hun mobiele telefoon proberen te vinden of naar informatie over een vervolgopleiding op zoek zijn. Websites voor jongeren zouden daar beter op kunnen inspelen.

Het rapport ‘Einstein bestaat niet’ is op maandag 4 oktober 2010 door jongeren uit de DigiRaad overhandigd aan demissionair minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven. De demissionair minister onderschrijft het belang van het rapport: “Jongeren groeien op in een samenleving waarin internet steeds belangrijker wordt. Goede kennis van hoe zij een site gebruiken, brengt economische en maatschappelijke voordelen met zich mee. Jongeren kunnen bijvoorbeeld beter worden ondersteund bij het juiste gebruik van e-mail en internetsites bij sollicitaties en bij de bescherming van hun persoonsgegevens.”

Marjolijn Bonthuis van Digivaardig & Digibewust vult aan: “Jongeren zouden op school vaardiger gemaakt kunnen worden. Tegelijkertijd kunnen websites meer rekening houden met jonge gebruikers.” Het onderzoek biedt hiervoor in totaal 65 praktische tips met toelichting. Het onderzoek is uitgevoerd door Remco Pijpers van Stichting Mijn Kind Online, Thomas Marteijn en Eline Dijkerman (MetrixLab). Remco Pijpers licht toe: “Nog niet eerder is in Europa een dergelijk onderzoek naar gebruiksvriendelijkheid van het internet (usability) onder jongeren uitgevoerd. Deze kennis kan helpen om websites aan te passen op de vaardigheden van jongeren”. Het onderzoek is hier (pdf 4 MB) te downloaden.

Wissel je wachtwoord!

Hoe vaak wisselt u uw wachtwoord? En hoe sterk en uniek is uw wachtwoord eigelijk? Met de online Wachtwoord Wisselaar© op www.wisseljewachtwoord.nl helpt Digivaardig & Digibewust iedereen aan een uniek, sterk en veilig wachtwoord!

Steeds vaker wordt online een wachtwoord gevraagd. Veel Nederlanders zijn zich nauwelijks bewust van de risico’s van gemakkelijk te achterhalen wachtwoorden. Iemand uit de directe omgeving kan jouw online identiteit aannemen maar ook hackers zijn razendsnel in het achterhalen van wachtwoorden. Toch springt de helft van de Nederlanders slordig om met wachtwoorden en wisselt deze nauwelijks. Eén op de tien Nederlanders gebruikt altijd en voor verschillende websites één en hetzelfde wachtwoord. Bovendien worden vaak gemakkelijk te achterhalen wachtwoorden gebruikt zoals de eigen naam in combinatie met de geboortedatum. Dit blijkt uit onderzoek van MeMo2 in opdracht van Digivaardig & Digibewust onder ruim 800 Nederlanders vanwege de ‘Wachtwoord Wissel Week’ (clickable maken) die vandaag in Den Haag is gestart.

Marjolijn Bonthuis, verantwoordelijk voor het programma Digivaardig & Digibewust: “zwakke wachtwoorden brengen grote risico’s met zich mee. Gemak ligt op de loer maar mensen uit de directe omgeving en hackers zijn gehaaid in het achterhalen van wachtwoorden. In het ergste geval kunnen ze fraude plegen. Onbewust denkt iedereen ‘dat overkomt mij niet’ waardoor men nonchalant met wachtwoorden omspringt. Want heeft iemand jouw wachtwoord, dan krijgt hij vaak toegang tot sites, e-mailservices en social media programma’s met alle vervelende gevolgen van dien. Tijdens de Wachtwoord Wissel Week schudden we iedereen nog maar eens stevig wakker om thuis en op het werk, regelmatig van wachtwoord te wisselen omdat je dan minder risico loopt.”

Stan Hegt, IT-beveiligingsexpert bij KPMG, over het belang van sterke wachtwoorden in het bedrijfsleven: “Bij aanvang van een hack-test bij onze klanten vragen we vaak: heb je op je werk hetzelfde wachtwoord als thuis? De kans is groot dat hackers jouw wachtwoord voor toegang tot belangrijke bedrijfsgegevens dan al lang weten. Daarnaast hebben we met onze ervaring in de afgelopen jaren een lijst van populaire wachtwoorden opgebouwd, waarmee we vaak binnen een dag tot wel de helft van de wachtwoorden van alle werknemers kunnen kraken. Maar niet alleen de werknemer heeft hierin zijn verantwoordelijkheid, ook de baas. Een goed wachtwoordbeleid dat het regelmatig wisselen van wachtwoorden afdwingt, kan veel digitale ellende voorkomen.”

www.wisseljewachtwoord.nl
Het doel van de ‘Wachtwoord Wissel Week’ is om mensen te attenderen op het belang van het regelmatig wisselen van (online) wachtwoorden en tips te geven over unieke, sterke, en moeilijk te achterhalen wachtwoorden. 30% van de Nederlanders vindt het lastig om zelf een nieuw wachtwoord te verzinnen. Met de online Wachtwoord Wisselaar© op www.wisseljewachtwoord.nl helpt Digivaardig & Digibewust iedereen aan een uniek, sterk en veilig wachtwoord. Tijdens de campagne worden banners en radiocommercials ingezet. In de stationshal van Den Haag CS werden vanochtend reizigers op een ludieke wijze uitgenodigd om in speciale wachtwoordwissel hokjes hun wachtwoord te wisselen met behulp van de Wachtwoord Wisselaar ©.

Naam gezinsleden meest gebruikte wachtwoord
In plaats van een uniek, veilig en sterk wachtwoord gebruiken de meeste Nederlanders voor de hand liggende wachtwoorden zoals hun eigen naam of die van hun partner of kind (26%). Ook wachtwoorden die te maken hebben met speciale datum zoals een huwelijk of geboorte (18%) en de naam van een huisdier (14%) zijn favoriet. 30% van de Nederlanders vindt het lastig om een nieuw wachtwoord te verzinnen. Veilig wachtwoorden zijn uniek, minimaal 8 tekens lang en bestaan uit een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en symbolen.

Door internet blijf je meedoen

Speciaal voor senioren die de stap om online te gaan nog niet hebben gemaakt is de campagne ‘Door internet blijf je meedoen’ gestart. Senioren delen hun ervaringen op internet en vertellen waarom internet voor hen bijzonder is. Want internet brengt je in contact, bespaart kosten, maakt informatie makkelijk vindbaar, en is leuk om te leren. Op deze wijze hopen we andere senioren te inspireren de stap online te wagen en drempels weg te nemen.


De campagne gaat 13 september van start. Plus Magazine, de RVU, Radio 5 Nostalgia en SeniorWeb werken samen om zo veel mogelijk mensen in Nederland te bereiken met mooie, ontroerende, prikkelende en verrassend persoonlijke verhalen over internet. Bekende Nederlanders vervullen een hoofdrol in de campagne en geven het voorbeeld.


Kent u iemand die aan de slag wil met de computer en internet, maar niet precies weet hoe je zoiets moet aanpakken? Kijk op www.doorinternetblijfjemeedoen.nl.


Op 13 september zenden omroep MAX en de NTR (RVU, Teleac, NPS) de thema-avond ‘Iedereen kan internetten’ uit op Nederland 2. De uitzending begint om 20.55 uur. Tijdens de avond besteden de omroepen ook aandacht aan de campagne, die op de radio, in tijdschriften en op internet een vervolg krijgt.

De campagne wordt medegefinancieerd door het programma Digivaardig & Digibewust. De campagne is een initiatief van ILC zorg voor later, eSociety Instituut, Communication Concert met belangrijke partners SeniorWeb, Radio 5 Nostalgia, RVU en PlusMagazine.

Betrek jongeren en maak gebruik van hun digitale kennis en ervaring

Amsterdam, 26 mei 2010 – Vandaag ondertekenden KPN, SIDN, UPC, Intel, Hogeschool InHolland en Platform Bèta Techniek de ‘oproep aan de wereld’ om meer jongeren te betrekken bij beleidsvorming, productontwikkeling en zakelijke aangelegenheden. De ondertekening vond plaats tijdens de track eInclusion op het World Congress on Information Technology (WCIT), waarin onder meer aandacht uitging naar de mogelijkheden die ICT biedt voor de internationale samenleving. Met deze ondertekening erkennen de betrokken organisaties het belang en de waarde van de mening, ervaring en digitale vaardigheden van jongeren. De oproep is een initiatief van de Nederlandse DigiRaad (Digivaardig & Digibewust), dat onder meer het ministerie van Economische Zaken adviseert over een veiliger digitale omgeving voor jongeren. Deze jongerenadviesraad reikt overheden en bedrijfsleven praktische handvatten aan om de kennis van deze digitale generatie beter te benutten.

De snelle digitalisering van onze wereld is een veelbesproken thema: hoe men zich daarin beweegt en zich daarin moet gaan bewegen? Een groep die daarmee geen moeite lijkt te hebben zijn jongeren, de generatie van de toekomst. De track eInclusion hecht daarom grote waarde aan hun mening. Zij, en met haar de DigiRaad, ziet het als haar taak om mensen ervan te overtuigen dat we heel veel van elkaar kunnen leren, zodat we met een gezamenlijke inspanning een optimaal functionerende gedigitaliseerde samenleving kunnen creëren. Het is van groot belang dat wij de digitale kennis en vaardigheden van onze jongeren niet onderschatten, maar daar juist ons voordeel mee doen! Dat is de boodschap die de track eInclusion en haar partners willen overbrengen.

Vandaag heeft de DigiRaad vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven praktische tips aangeboden om zich door jongeren te laten adviseren. Het betreft een instructie waarin wordt beschreven hoe overheden en bedrijven jongeren bij hun activiteiten kunnen betrekken. Hierbij valt te denken aan een vaste groep enthousiaste jongeren die maandelijks bijeenkomt om een bedrijf of organisatie op diverse terreinen te adviseren, of aan een online forum dat alleen indien nodig als klankbord geraadpleegd kan worden. Volgens de DigiRaad draait daarbij alles om het gebruik van sociale media.

Deze instructie van de DigiRaad is hier te downloaden.

Partners onderschrijven oproep

“Voor kinderen en jongeren is het internet een essentieel onderdeel van de weg naar volwassenheid. Aangezien zij bij veel toekomstige ontwikkelingen betrokken zullen zijn, moeten we ervoor zorgen dat hun stem en ideeën gehoord worden in een tijd waarin het internet tot volle ontplooiing komt.” (Roelof Meijer, Algemeen Directeur, SIDN)

“In de digitale omgeving zijn jongeren een belangrijke bron van inspiratie en juist zij zijn bepalend voor het vinden van nieuwe grenzen, qua mogelijkheden, maar ook qua risico’s. Als internetprovider vinden we het onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om de grenzen van het gebruik van internet aan te geven, samen met partners”. ( Diederik Karsten, CEO, UPC Nederland)

“Als instelling voor hoger onderwijs, willen we dat onze 33.500 studenten zien en ervaren dat het leven meer is dan opstaan, studeren en plezier maken. Wij leren hen dat zij ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Nieuwe ideeën en ervaringen moeten gecommuniceerd en gedeeld worden, ook op internationaal niveau. Als de werkgevers en werknemers van de toekomst zijn onze leerlingen de schakel in deze keten.” (Helmi Geeve, Managing Director Marketing & Communications, INHolland University of Applied Sciences)

“Als KPN vinden wij het belangrijk dat mensen verbonden blijven met hun vrienden, hun sociale omgeving en de maatschappij. Voor met name jongeren is deze verbondenheid erg belangrijk, technologische toepassingen bieden hen daarbij nieuwe mogelijkheden.” (Afke Schaart, President Public Affairs, KPN)

“Intel gelooft in de noodzaak om wereldwijd te bouwen aan een werkzame bevolking die de noodzakelijke vaardigheden heeft om innovatie te stimuleren en iedereen voor te bereiden op deelname aan onze steeds verder globaliserende wereldeconomie. Kennis is daarbij van cruciale waarde en succes hangt ervan af in hoeverre iemand innovatief is en zich makkelijk aan kan passen.” (Brian Gonzalez, WW Education Director, Intel)

Z.K.H. de Prins van Oranje neemt eerste exemplaar Contact! in ontvangst

Kinderen moeten beter beschermd worden tegen online commercie

Nederlandse kinderen tussen 6- en 12-jaar zijn koploper in Europa in het gebruik van nieuwe media; ze zitten meer op internet en de helft heeft een mobiele telefoon. Via deze media worden kinderen steeds vaker en jonger commercieel benaderd zonder tussenkomst van de ouders. Zij doorzien reclames op internet echter niet goed en zijn vatbaar voor misleiding. Het is belangrijk dat kinderen zelf actief leren omgaan met nieuwe media. Overheid, bedrijfsleven en ouders moeten daarnaast kinderen beter beschermen tegen de groeiende commercie online. Zo kan de Kinder- en Jeugdreclamecode aangepast worden en het toezicht op misleidende reclame scherper.

Tot deze aanbevelingen komen prof. dr. Jos de Haan en drs. Remco Pijpers in het boek ’Contact! Kinderen en nieuwe media’. Het eerste exemplaar wordt op 26 mei 2010 overhandigd aan Z.K.H. de Prins van Oranje door kinderen die meegewerkt hebben aan het boek tijdens de track eInclusion op het World Congress on Information Technology (WCIT) in Amsterdam. Het boek van vooraanstaande wetenschappers (red. Jos de Haan en Remco Pijpers) is een initiatief van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het programma Digivaardig & Digibewust en de Stichting Mijn Kind Online.

Digitaal aanbod voor kinderen neemt fors toe
Het digitale aanbod voor jonge kinderen is fors toegenomen: van virtuele werelden (zoals Panfu.nl vanaf 4 jaar) tot speciale televisiesites met veel interactie (zoals Spangas.nl en Anubis.nl). Voorheen gebruikten kinderen tussen 6- en 12-jaar nieuwe media vooral om te spelen, nu zetten zij deze ook in om met elkaar te communiceren. Jonge kinderen maken ook meer gebruik van aanbod dat niet specifiek voor hen bedoeld is, zoals Hyves, MSN en YouTube. Het afgelopen jaar gebruikte bijvoorbeeld 20% van de 6- tot 9-jarigen MSN en zat 39% van hen op Hyves.

Grens tussen commerciële en niet-commerciële inhoud vervaagt
Kinderen worden in toenemende mate op jongere leeftijd al gezien als consument. Meer nog dan via televisie, worden ze bereikt met reclame via internet. Die reclames zijn vaak ingebed in sociale netwerken en de online games. De grens tussen wat tot de inhoud van de site hoort (niet-commercieel) en wat informatie van een adverteerder is, vervaagt steeds meer: een prijsvraag is een verkapte advertentie en een spelletje is bij nader inzien afkomstig van een adverteerder. Deze reclamevormen bevatten meestal geen feitelijke boodschap die kritisch verwerkt kan worden door jonge kinderen. Ze zijn er voornamelijk op gericht om op een subtiele (interactieve) manier positieve associaties met een merk te creëren.

Digitale vaardigheden prominenter in onderwijs
Jonge kinderen hebben grote moeite om het commerciële karakter van reclames te doorzien. Volgens de auteurs van ‘Contact! Kinderen en nieuwe media’ ontbreekt het de kinderen aan digitale vaardigheden. Jongeren maken wel veel gebruik van het internet maar ontberen de essentiële vaardigheden van het kunnen beoordelen van informatie en het kunnen inzetten van internet voor het realiseren van hun doelstellingen. De auteurs vinden dat het leren van deze vaardigheden een prominentere plaats moet krijgen in het onderwijs. In het ideale geval gaan scholen werken met een leerlijn ‘informatievaardigheden’, die start in het basisonderwijs en doorloopt in het hoger onderwijs. Volgens Remco Pijpers en Jos de Haan is het daarbij belangrijk dat kinderen leren hoe ze zelf actief en creatief om kunnen gaan met nieuwe media, omdat het leidt tot mediawijsheid: “Moedig kinderen bijvoorbeeld aan om websites te maken, mits dat veilig gebeurt. Als kinderen in staat zijn inhoud te maken en te publiceren, zijn ze beter in staat om mediaboodschappen van anderen te begrijpen”, aldus Jos de Haan van het SCP.

Naast aandacht voor educatie ook reclame beter onderscheiden
Het aanleren van digitale vaardigheden aan jonge kinderen alleen is echter onvoldoende , zo blijkt uit het boek. Kinderen benutten namelijk de opgedane mediawijsheid nauwelijks als ze online met reclame worden geconfronteerd. “De beïnvloeding van kinderen via internet is emotioneel en subtiel. De rationele kennis die een kind heeft opgedaan, wordt online onvoldoende ingezet om een commerciële boodschap te doorgronden”, aldus Remco Pijpers van Mijn Kind Online. Hij vervolgt; “Naast het aanleren van digitale vaardigheden moet er nog duidelijker aangegeven worden wanneer een boodschap een commerciële bedoeling heeft. Dit kan goed in de Kinder- en Jeugdreclamecode. Organisaties zouden niet via sociale netwerken met kinderen onder de 13 jaar contact op mogen nemen zonder toestemming van de ouders.”

Factsheet Contact! Kinderen en Nieuwe Media

Postbus 51 campagne Veilig Internetten 2010

Op maandag 17 mei jl. heeft minister Hirsch Ballin van Justitie mede namens minister van der Hoeven van Economische Zaken de nieuwe Postbus 51 campagne Veilig Internetten gestart. Nederlanders krijgen tijdens de campagne via radio- en televisiespots concrete tips hoe zij hun identiteit op internet af kunnen schermen, onder het motto: Weet aan wie je wat over jezelf vertelt, ook op internet. Internetcriminelen zoeken immers stelselmatig naar identiteitsgegevens.

Via radio- en televisiespots geeft de campagne concrete tips voor dagelijks internetgebruik. Daarnaast maakt de campagne gebruik van de website www.nederlandveilig.nl/veiliginternetten, van banners op websites van publieke en private campagnepartners en van nieuwsbrieven van die partners. De ministeries van Justitie en van Economische Zaken staan aan de basis van de nieuwste campagne. Minister Hirsch Ballin heeft vandaag samen met de Digiraad de nieuwe campagne afgetrapt. De Digiraad is de adviesraad voor en door jongeren over de digitale wereld en is in het leven geroepen door het overheidsprogramma Digivaardig & Digibewust van EZ.

De tips:
• Controleer aan wie jij je persoonlijke gegevens mailt;
• Verander regelmatig je wachtwoord;
• Check de S achter http in het webadres;
• Zet je automatische updates en firewall aan en installeer antispyware en een virusscanner;
• Stel een ID-alert in zodat je melding krijgt van wat er over jou op internet verschijnt.

Op de campagnesite kunnen bezoekers een test invullen om na te gaan welk ‘digitype’ zij zijn: de wizard, de webwijsneus, de digidummy en de kamikazepiloot.

In 2009 entameerde minister Hirsch Ballin een eerste, succesvolle Postbus 51 Campagne “Veilig Internetten”. Cybercriminelen zitten echter niet stil. Daarom waarschuwt het kabinet ook in 2010 haar burgers om hun identiteit te beschermen, ook op internet. Naarmate mensen internet steeds vaker gebruiken in hun zakelijke en sociale verkeer, neemt ook het belang toe van adequate veiligheidsmaatregelen waarmee zij hun internetverkeer beveiligen en hun identiteit afschermen. Dat kan door zelf zorgvuldig met privacygevoelige gegevens om te gaan en door technische maatregelen te nemen zoals het regelmatig updaten van software en installeren van een goede firewall. De eerste stap is mensen bewust maken van het risico dat zijzelf lopen in verband met de steeds professioneler en persoonlijker wordende internetcriminaliteit en van de verantwoordelijkheid die zij zelf hebben om te voorkomen dat ze slachtoffer worden. Dat internet ook risico’s met zich brengt en je zelf maatregelen moet treffen, is nog onvoldoende bekend.

Campagnepartners
Voorlichting aan internetgebruikers heeft prioriteit voor het kabinet. Hierbij werkt Justitie nauw samen met Economische Zaken en Binnenlandse Zaken. Het programma Digibewust en Digivaardig (EZ) en Govcert/Waarschuwingsdienst (BZK) ondersteunen deze publiekscampagne actief. Ook publieke en private partijen nemen hun verantwoordelijkheid en steunen deze publiekscampage “Veilig Internetten” . Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de politie en het OM, Marktplaats, thuiswinkel.org, Consuwijzer, KPN, UPC, xs4all, Telfort, Het Net, Ziggo, de Nederlandse Vereniging van Banken, DNB, Google, You Tube, Mijnkindonline, Mediawijzer.net etc (zie voor een volleidg overzicht de campagnewebsite).

Rijksoverheid: Nederland Veilig
De Rijksoverheid investeert in veiligheid. In de koepelcampagne ‘Nederland Veilig’ staat het handelingsperspectief van de burger centraal. Wat kan je zelf doen om je eigen en daarmee ook andermans veiligheid te vergroten? De campagne ‘Veilig Internetten’ is een van de campagnes onder het koepelthema Veiligheid.

Bewaken digitale identiteit essentieel voor imago

Identiteit en privacy hebben met internet en de opkomst van sociale netwerksites een nieuwe invulling gekregen. Daarom presenteerde SURFdirect, de Digitale Rechten Expertise Community van SURF, vorige week het rapport Image-building op het internet: houd greep op je digitale identiteit: richtlijnen hoe je, als student en als wetenschapper, op een verstandige manier kan omgaan met je eigen digitale identiteit èn die van anderen. Conclusie is dat door slim om te gaan met de publicatiemogelijkheden van het internet een gewenst imago kan worden opgebouwd. Echter dient men alleen persoonlijke gegevens te publiceren die de hele wereld tot in lengte van dagen mag weten. Dit laatste ligt voor de hand, maar blijkt in de praktijk niet altijd toegepast te worden.

Online imago
“De manier waarop we communiceren is de afgelopen jaren sterk veranderd. Bij onze beeldvorming van anderen maken we veelvuldig gebruik van de informatie die op internet te vinden is. De gevonden informatie bepaalt mede het imago van de persoon in kwestie. Zorgvuldigheid in het bewaken van het imago is daarom essentieel, ook online”, aldus Evelijn Jeunink, juridisch adviseur bij SURFnet. “Ook in het hoger onderwijs is het noodzakelijk bewust te zijn van je imago. Een belangrijk deel van iemands imago als wetenschapper of professional (in spé) wordt ook hier bepaald door wat er over hem of haar op het internet te vinden is. Sollicitanten worden op internet opgezocht. Journalisten zoeken deskundigen over een actueel onderwerp vaak via internet. Populariteit van medestudenten wordt vaak afgemeten aan het aantal vrienden op Hyves en wie dat zijn. En als er over iemand helemaal niets op het internet te vinden is, zegt dat ook wat.”


Klik hier voor het gehele artikel

Het InternetMemorie maakt jonge kinderen bewust van hun eigen internetgedrag

Vanaf 20 april jl. is het InternetMemorie beschikbaar. Het spel is bedoeld als discussiestarter voor opvoeders over internetgedrag van kinderen vanaf groep vijf. Het gebruik van het internet door kinderen stelt steeds nieuwe uitdagingen aan opvoeders! Vaak hebben opvoeders geen goed beeld van het internet gedrag van hun kinderen. Ook kinderen gaan hier meestal niet bewust mee om. Uit het onderzoek van SCP “NL kids online” blijkt, dat 83% van de kinderen tussen zes en tien jaar gebruik maakt van internet. Vooral het internetgebruik door jonge kinderen is toegenomen.

Het InternetMemorie (www.internetmemorie.nl) is speciaal ontwikkeld om jonge kinderen bewust te maken van hun eigen internetgedrag. Het memoriespel is een spel met kaartjes waarop afbeeldingen staan die betrekking hebben op mediawijze onderwerpen. Vanaf groep vijf van de basisschool kan dit spel gespeeld worden. Door de stoere plaatjes kan het ook gebruikt worden in het speciaal onderwijs. Omdat de kinderen in groepsverband het memoriespel spelen worden ze op een vrolijke manier geconfronteerd met hun eigen gedrag en dit geeft stof tot nadenken.

Het InternetMemorie is ontwikkeld door Pauline Maas van 4PIP (www.4pip.nl). Zij is o.a. docente bij de Stichting Mijn Kind Online (www.mijnkindonline.nl) en geeft les aan kinderen en pubers en voorlichting aan docenten en ouders over mediawijsheid.

Bij de pilot’s van het InternetMemorie is gebleken, dat kinderen veel plezier aan het spel beleven en tegelijkertijd stilstaan bij hun eigen internetgedrag. Een paar voorbeelden van de kaarten zijn: “Hoe ga jij om met je wachtwoord?” “Hoeveel vrienden heb jij op jouw Hyves?” Het napraten over de onderwerpen op de kaartjes is het belangrijkste leermoment voor kinderen en hun opvoeders. Met de speciaal ontwikkelde kleurplaat kunnen de kinderen nog meer nadenken over hun eigen internetgedrag. De lesbrief, die hoort bij het InternetMemorie kunt u downloaden vanaf de site van www.4pip.nl. Behalve op school, kan het spel ook in huiselijke kring worden gespeeld.

Het InternetMemorie wordt uitgeven door 4PIP (www.4pip.nl), het is te bestellen via het bestelformulier op de site en de kosten bedragen € 15,00.

Nieuwe brochure: kinderen en internet

Kinderen gaan steeds jonger online, en ze doen dat ook steeds intensiever. Er zijn kinderen die al vanaf hun tweede jaar internetten en de ‘gemiddelde’ driejarige peuter is al 35 minuten per week online. Om ouders en leerkrachten te helpen kinderen op internet te begeleiden, heeft stichting Mijn Kind Online, in samenwerking met Digivaardig & Digibewust, een nieuwe brochure gemaakt: ‘Kinderen en internet’. De brochure is er in twee versies. Een voor ouders met kinderen van 2 t/m 8 jaar en één voor ouders met kinderen van 9 t/m 12 jaar.

U kunt ze digitaal doorbladeren:
- Kinderen en internet (2 t/m 8 jaar)
- Kinderen en internet (9 t/m 12 jaar)


De brochures zijn gratis aan te vragen bij het programmabureau Digivaardig & Digibewust via info@digivaardigdigibewust.nl.

Wifi-generatie schiet te kort in veilig en verantwoord online gedrag

Nederlandse jongeren (6-18 jaar) zijn met hun internetgebruik koplopers in Europa. 93% gebruikt internet, tegen een Europees gemiddelde van 75%. Tegelijkertijd lopen Nederlandse jongeren ook een relatief hoog risico om met vervelende kanten van internet in aanraking te komen. Het is daarom noodzakelijk dat jongeren digitaal vaardiger worden om maatregelen te kunnen nemen tegen deze risico’s en om te streven naar een zo veilig mogelijke digitale omgeving. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het SCP-rapport NL Kids Online. Nieuwe mogelijkheden en risico’s van internetgebruik door jongeren dat is aangeboden aan Tineke Netelenbos, voorzitter van het programma Digivaardig & Digibewust.

“Dit rapport toont aan dat het van belang is om ook jongeren digitaal vaardig te maken. Jongeren maken dan wel veel gebruik van internet, ook zij ontberen vaak nog de kennis en kunde om dit veilig en verantwoord te doen. Dat maakt hen risicogroep. Het is daarom belangrijk dat wij - markt en overheid gezamenlijk – voorlichting blijven geven aan jongeren en daar ook de ouders en docenten in meenemen,” zegt Tineke Netelenbos. Binnen het programma Digivaardig & Digibewust maken overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen zich gezamenlijk sterk op dit gebied. Dit leidt tot voorlichtingsactiviteiten richting jongeren en hun opvoeders en tot samenwerkingsverbanden die bijdragen aan een veiligere digitale omgeving.

Uit het rapport blijkt verder dat veel voorkomend riskant online gedrag door jongeren met mogelijk negatieve consequenties in alle Europese landen zijn: het verstrekken van persoonlijke informatie, confrontatie met pornografisch materiaal, het zien van gewelddadige of haatdragende beelden, cyberpesten, ongevraagd seksueel getinte opmerkingen ontvangen en een online kennis of ‘vriend’ uit de virtuele wereld in de fysieke wereld ontmoeten. 15-20% van de online tieners in Europa geeft aan een zekere mate van angst of ongemakkelijk gevoel of zelfs bedreiging te voelen. Negatieve consequenties van online risico’s kunnen deels vermeden worden door het vergroten van digitale vaardigheden. Denk daarbij aan zoekvaardigheden, het beoordelen van informatie, het omgaan met problematische content en het vermijden van onwenselijk gedrag.

Rol ouders en docenten
Om de digitale vaardigheden te vergroten ligt een belangrijke taak voor zowel ouders als docenten. Zij moeten aanvulling bieden op wat jongeren veelal al spelenderwijs van elkaar leren, zonder de mogelijkheden voor jongeren in te perken. Het versterken van kennis van en inzicht in communicatietoepassingen die kinderen gebruiken en het vergroten van vaardigheden van ouders is een belangrijk om onnodige angsten bij ouders te voorkomen en gerichte interesse, advies en begeleiding van ouders aan hun kind te bevorderen. Niet alle ouders beschikken over de noodzakelijke kennis en vaardigheden om hun kinderen goed te begeleiden. Daarom spelen ook scholen een belangrijke rol bij het stimuleren van creatief, kritisch en veilig internetgebruik door jongeren. Via scholen kunnen alle kinderen bereikt worden, ook degene die vanuit huis weinig ondersteuning krijgen.

Andere aanbevelingen uit het rapport zijn onder meer blijvende aandacht voor bewustwording bij kinderen over de online risico’s en de maatregelen ertegen, het installeren van filters voor jonge kinderen, het verbeteren van de kwaliteit van online aanbod voor kinderen/jongeren (mede door zelf- en coregulering van dit aanbod door het gebruik van labels met leeftijdsgrenzen, het aanstellen van moderatoren, het gebruik van meldknoppen) en het verduidelijken van privacyvoorwaarden om misbruik van persoonsgegevens tegen te gaan.

EU Kids Online
In het SCP-rapport worden de belangrijkste uitkomsten samengevat van het project EU Kids online met Nederland als vergelijkingsland. Het project EU Kids online is gesubsidieerd door het Safer Internet plus Programme (DG Information Society and Media), de Europese Commissie en gecoördineerd door de London School of Economics and Political Science (LSE) in de personen van prof. dr. Sonia Livingstone en dr. Leslie Haddon. In het project zijn resultaten van empirisch onderzoek uit 21 Europese landen bij elkaar gebracht, toegankelijk gemaakt en in onderlinge samenhang geanalyseerd. Het project onderzocht in hoeverre de online activiteiten van jongeren in Europese landen op elkaar lijken, en waar en waarom landen van elkaar verschillen. Op basis van het onderzoek zijn aanbevelingen voor beleid en vervolgonderzoek geformuleerd.

Twee projecten van start om kansen voor digibeten op arbeidsmarkt te vergroten

- Gezamenlijke aanpak SZW, EZ, UWV, FNV en het programma Digivaardig & Digibewust
- Lancering gratis oefenprogramma voor 1.6 miljoen digitaal analfabeten
- Digistagiaires aan de slag in de bibliotheek
- Groeiend aantal banen en beroepen vereisen digitale vaardigheden

In Den Haag onderstreepten de ministeries van EZ en SZW, UWV WERKbedrijf, FNV en het programma Digivaardig & Digibewust vandaag de noodzaak van een gezamenlijke aanpak voor het verbeteren van digitale vaardigheden van 1.6 miljoen digitaal analfabeten. Belangrijke onderdelen hiervan zijn de pilot van het UWV WERKbedrijf om klanten door te verwijzen naar de bibliotheek waar zij worden geholpen door zogeheten digistagiaires en het gratis online oefenprogramma ‘Klik & Tik. Het internet op.’ Vandaag gingen de eerste digistagiaires van het Stanislas College uit Rijswijk aan de slag in de Centrale Bibliotheek in Den Haag. 1 op de 10 Nederlanders is digitaal onvoldoende vaardig met het risico op sociale en economische achterstand. Dat aantal moet snel dalen om werknemers en werkzoekenden kansrijker te maken op de arbeidsmarkt en economische achterstanden te voorkomen.

Het UWV WERKbedrijf startte vandaag in samenwerking met de Centrale Bibliotheek Den Haag een pilot om haar klanten met het online oefenprogramma ‘Klik & Tik. Het internet op’ digitale vaardigheden bij te brengen. UWV-klanten die onvoldoende op het internet uit de voeten kunnen worden hierbij geholpen door digistagiaires; middelbare scholieren die dit doen als onderdeel van hun maatschappelijke stage. Binnenkort start het UWV WERKbedrijf een vergelijkbare pilot in Rotterdam, Oss en Amersfoort. In het kader van mediawijsheid is de bibliotheek dé plek voor een dergelijke bijeenkomst.

Bijblijven om straks niet de nieuwe digibeet te worden
Tijdens de ronde tafeldiscussie in de bibliotheek benadrukte Theo de Bakkervan het UWV WERKbedrijf dat digivaardigheid de kansen op het vinden van werk aanzienlijk vergroot. Digitale vaardigheden worden binnen bijna alle functies steeds belangrijker. Bovendien gebruiken steeds meer organisaties het internet als wervingskanaal. “Je bent geneigd te denken dat vanaf de basisschool alle digitale vaardigheden worden bijgebracht en je met een aantal jaren van het probleem af bent. Niets is minder waar. Ontwikkelingen gaan razendsnel, denk aan social media. Bijblijven, bijscholen het is allemaal nodig om te voorkomen dat mensen die nu voldoende digitaal vaardig zijn straks de nieuwe digibeten worden.

”José Hilgersom, Directeur-Generaal participatie en inkomenswaarborg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees op de noodzaak van digitale vaardigheden bij re-integratie op de arbeidsmarkt. “Kunnen werken met de computer en internet is, net als lezen en schrijven, een absolute basisvaardigheid om te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt en kansrijk te re-integreren op de arbeidsmarkt.” Volgens Nicole Kroon, directeur ICT&T van het ministerie van Economische Zaken, is meedoen in de maatschappij niet alleen sociaal maar ook economisch van groot belang. “Over 5 jaar is voor 90% van de banen digitale vaardigheden van groot belang. Zonder kennis en vaardigheden rond computer, internet en ICT wordt het heel lastig om aan het werk te komen of te blijven.” Ook Leo Hartveld, federatiebestuurder van de FNV Vakcentrale benadrukte het belang van het kunnen beschikken over digivaardigheden voor werknemers en werkzoekenden. ‘Digitale basisvaardigheden zijn van belang om op de arbeidsmarkt te participeren en aan het werk te blijven. De FNV maakt zich sterk voor het regelen van faciliteiten op de werkvloer, waarbij werknemers in werktijd met ICT kunnen kennismaken en zich digitaal kunnen bijscholen.’

Klik & Tik. Het internet op.
Vooral ouderen, laagopgeleiden, allochtonen en werkzoekenden lopen risico’s om blijvend digitaal onvaardig te worden. Tineke Netelenbos, voorzitter van het programma ‘Digivaardig en Digibewust’: “Met ‘Klik & Tik. Het internet op’, dat promotioneel wordt ondersteund door de regionale omroepen, bieden we deze mensen laagdrempelig en gratis de kans om zich bij te scholen. Dat kan 24 uur per dag, thuis, op het werk, maar dus ook met begeleiding van studenten in de bibliotheek.”

‘Klik & Tik. Het internet op.’ is een initiatief van Stichting Expertisecentrum ETV.nl, financieel mede mogelijk gemaakt door Digivaardig & Digibewust en bevat zes modules met video-instructies en oefeningen waarmee cursisten de basisbeginselen van internet leren. Het programma is te bekijken op www.klikentik.nl

Week van de Mediawijsheid Part 1: start op 24 maart

Landelijke campagne voor mediawijzer loketten in openbare bibliotheken

Mediawijzer.net organiseert in de laatste week van november - 24 november t/m 1 december 2010 - een grote publiekscampagne onder de naam de ‘Week van de Mediawijsheid’. De campagne heeft als doel het publiek en het onderwijs te attenderen op de openbare bibliotheek als het lokaal loket voor mediawijsheidactiviteiten. Als voorbereiding op de campagne organiseert Mediawijzer.net van 24 t/m 31 maart voor de betrokken organisaties een ‘Week van de Mediawijsheid Part 1’. De aftrap vindt plaats op woensdagmiddag 24 maart met een landelijke bijeenkomst in Beeld en Geluid in Hilversum.

De bijeenkomst bij Beeld en Geluid is vooral gericht op directies, mediacoaches en andere medewerkers van openbare bibliotheken. Zij worden uitgebreid geïnformeerd over het concept van mediawijzer loketten in de bibliotheken en over de campagneplannen: hoe kunnen ze daarin participeren, wat wordt er van de bibliotheken verwacht en hoe zal Mediawijzer.net ze daarbij ondersteunen. Ook presenteren netwerkpartners van Mediawijzer.net hun mediawijsheidactiviteiten die door bibliotheken kunnen worden overgenomen als onderdeel van hun mediawijzer loket aanbod.

Regionale voorlichtingsbijeenkomsten
Aansluitend op de landelijke bijeenkomst in Beeld en Geluid zijn er vier regionale voorlichtingsbijeenkomsten in bibliotheken verspreid over het land, waar bibliotheken zich eveneens kunnen laten informeren over de plannen. Die bijeenkomsten zijn achtereenvolgens in de Bibliotheek Rotterdam (25 maart), Bibliotheek Gelderland-Zuid Nijmegen (29 maart), Bibliotheek Assen (30 maart), en in de Bibliotheek Midden-Brabant Tilburg (31 maart).

Informatie en aanmelden
Meer informatie over de Week van de Mediawijsheid en het programma van de landelijke aftrap vindt u op www.mediawijzer.net/?q=partners.
Voor deelname aan de landelijke of de regionale bijeenkomsten kan men zich tot 12 maart via het aanmeldingsformulier.

Nadenken voordat je iets online zet

Nederlandse jeugd vindt dat zij goed nadenken voordat zij iets online zetten

Game ‘Think before you post’ daagt jongeren uit om dat te bewijzen

DEN HAAG - Volgens bijna de helft (44%) van de Nederlandse jongeren is het veilig om persoonlijke informatie op een sociale netwerksite te zetten. Van de Nederlandse jongeren heeft 51 procent wel eens uit nieuwsgierigheid gereageerd op een online benadering door iemand die ze niet kenden. Dat blijkt uit een peiling van Microsoft die in elf Europese landen op MSN door ruim veertienduizend respondenten werd ingevuld in het kader van Safer Internet Day, de Europese dag voor internetveiligheid.

Uit een Nederlandse peiling van Digivaardig&Digibewust op MSN.nl onder bijna tienduizend respondenten, blijkt dat jongeren tot 25 jaar bijna allemaal van zichzelf vinden (88%) dat zij goed nadenken voordat zij iets online zetten. Maar is dat ook echt zo? Met de game ‘Think before you post’ kunnen de jongeren dat bewijzen. Het gaat om een spel waarin de fictieve Anna adviezen vraagt over wat ze wel en niet online moet posten op sociale media als Facebook, Hyves, Twitter en MSN. De game kan vanaf vandaag gespeeld worden op MSN.nl of via www.thinkbeforeyoupost.nl.

In het kader van Safer Internet Day bezoekt staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken vanmiddag de Haagse middelbare school Haganum. Met circa honderd jongeren, en diverse experts op het gebied van sociale media, praat de staatssecretaris over wat je wel en niet moet achterlaten op sociale netwerksites. Heemskerk: “Internet biedt enorm veel mogelijkheden om je sociale netwerk te vergroten; je kunt banen aangeboden krijgen via online netwerken, oude bekenden weer ontmoeten en foto’s en van je vakanties met vrienden delen. Maar staan jongeren ook voldoende stil bij de gevolgen van het posten van persoonlijke gegevens? Daar willen we met de campagne ‘Think before you post’ op inspelen. Want het gaat lang niet altijd goed en jongeren lopen soms onnodig allerlei risico’s en belanden in vervelende situaties”.

Safer Internet Day
De Safer Internet Day is een jaarlijks terugkerende dag (elke tweede dinsdag in februari) waarop in heel Europa aandacht wordt gevraagd voor veilig internetgebruik door jongeren. De dag, die als thema heeft: ‘Think befor you post’, is een initiatief van de Europese Commissie. In Nederland vraagt het programma Digivaardig & Digibewust, dat mede wordt gefinancierd door de Europese Commissie, het ministerie van Economische Zaken en het bedrijfsleven op deze dag aandacht voor veilig gebruik van internet. Op www.saferinternetday.nl en www.saferinternet.org staat meer informatie over de diverse activiteiten in Nederland en andere landen op deze dag. Dit jaar besteden ook niet-Europese landen aandacht aan het onderwerp.

Kwart van de jongeren betaalt voor ongewilde abonnementen

Uit nieuw onderzoek van Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust blijkt dat een kwart van de Nederlandse jongeren wel eens is opgezadeld met een ongewild abonnement op een sms-dienst. Tegen hun zin en vaak zonder dat ze het weten zijn ze tussen de 10 en 250 Euro kwijt aan diensten als wallpapers, ringtones en spelletjes voor de mobiele telefoon. Ook één op de tien kinderen tussen 8 en 12 jaar met een mobiele telefoon zijn de dupe van deze misleiding. Het onderzoek Altijd Binnen Bereik is onlangs uitgevoerd onder duizend kinderen en jongeren van 8 t/m 17 jaar (panel van Qrius).

Het onderzoek laat zien hoeveel minderjarigen de dupe zijn. Vijftig procent is tien Euro armer gemaakt, 18 procent is tussen de tien en twintig euro kwijtgeraakt, 14 procent tussen 20 en 30 Euro, acht procent tussen 30 en 50 Euro, zes procent tussen 50 en 100 Euro en 2 procent meer dan 100 Euro. Vooral VMBO-leerlingen zijn vaak slachtoffer van een ongewenst abonnement.

Andere resultaten van het onderzoek zijn:

  • Een kwart van de 8-jarigen hebben een mobieltje. Bij de 9-jarigen is dat 2 op de vijf, de helft van de 10-jarigen, ruim tweederde van de 11-jarigen en vanaf 12 jaar hebben ze bijna allemaal een mobiele telefoon
  • Hoe ouder, hoe vaker jongeren de verschillende functies gebruiken. Alleen spelletjes doen en ringtones luisteren doen kinderen van alle leeftijden even vaak. Meisjes sms’en veel vaker dan jongens en maken vaker foto’s. Vmbo-leerlingen maken vaker foto’s, filmpjes en luisteren vaker ringtones dan leerlingen van hogere schoolniveaus.
  • Internetten op de mobiel doet nog maar 15% van de 8-18-jarigen, en dan vooral de oudere tieners. Van de 16-17-jarigen internet een derde op zijn mobiel, van de 8-9-jarigen is dat maar 3%.
  • Eén op de tien jongeren vraagt weleens verkering via zijn of haar mobiele telefoon, en dan vooral via sms. 14% maakt soms ruzie via de mobiel en 24% roddelt weleens via de mobiele telefoon.
  • Jongeren hebben ook een mening over etiquette voor de mobiele telefoon. Eén op de vijf jongeren vindt dat je tijdens het eten wel mag bellen of sms’en. 13% vindt dat bellen of sms’en in de bioscoop mag. In de klas bellen of sms’en vindt 22% goed, vooral 15-plussers. Drie op de vijf 8-18-jarigen vindt dat je niet mag bellen of een sms lezen als je met iemand in gesprek bent. Je moet je oordopjes uit doen als je iemand tegenkomt op straat, bij de kassa staat of bij de buschauffeur instapt: 83% is het daarmee eens.
  • 52 procent van de 13 t/m 17-jarigen heeft zijn ‘s nachts aan en in de buurt
  • De meeste ouders betalen de telefoonkosten van hun kind. Als ze een abonnement hebben, gebeurt dat vaker dan bij een prepaid telefoon. Sommige kinderen en ouders delen de kosten. Jongeren met een abonnement geven veel meer geld uit aan hun mobiel dan jongeren met een prepaid mobiel.
  • Tweederde van de 8-18-jarigen mag soms de mobiel van hun ouders gebruiken. Daarmee bellen en sms’en ze dan, ze maken er foto’s mee of spelen er spelletjes op.

Download het onderzoeksrapport Altijd Binnen Bereik (pdf).

Brochures over mobiele telefonie voor ouders en scholen
Ook voor ouders is er een verantwoordelijkheid. Het onderzoek laat zien dat kinderen die waarschuwingen of verboden krijgen van hun ouders (zoals: vul nooit online je 06-nummer in) minder vaak per ongeluk een sms-abonnement afsluiten. Mediaopvoeding heeft dus zin.
Speciaal voor ouders en scholen hebben de stichting Mijn Kind Online en Digivaardig&Digibewust brochures over mobiele telefonie gemaakt: Mijn Kind Mobiel en Mijn Puber Mobiel.

Bekijk de brochures online:
Mijn kind mobiel
Mijn puber mobiel

Download de brochures:
Mijn kind mobiel
Mijn puber mobiel

Gedrukte exemplaren van de brochures zijn via info@digivaardigdigibewust.nl gratis aan te vragen.

Over de afzenders van het onderzoek
Stichting Mijn Kind Online is een expertisecentrum jeugd en media dat is opgericht door KPN, met hulp van Ouders Online (www.ouders.nl). MKO werkt redactioneel onafhankelijk. De belangrijkste missie van Mijn Kind Online is het helpen van ouders, scholen en professionele opvoeders bij de internetopvoeding. Dat doet zij onder meer door het geven van ouderavonden en trainingen. Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van digitale media voor kinderen - MKO stimuleert góed digitaal aanbod, onder meer door de jaarlijkse Gouden @penstaart verkiezing van de beste kindersite, en Mybee, een gratis kinderbrowser (www.mybee.nl). Website: www.mijnkindonline.nl

Digivaardig & Digibewust is een programma van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het programma heeft als doel het aantal mensen dat niet of nauwelijks digitale vaardigheden heeft terug te brengen en het verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen te stimuleren. Doelgroepen zijn: digibeten, jongeren en hun opvoeders (ouders en docenten), MKB en senioren. Website: www.mijndigitalewereld.nl

Staatssecretaris Heemskerk opent Internet Boot Camp
  • Digitale vaardigheden 1.6 miljoen Nederlanders onder de maat.
  • Met name problemen met digitale formulieren en internetverbinding.
  • Helft digitaal vaardige Nederlanders helpt minder vaardige bekenden
  • Vooral (volwassen) kinderen populair als ‘hulp’.
  • 46% ‘gevorderde’ digibeten geïnteresseerd in training.
  • Internet Bootcamp speelt hier op in.

Den Haag, 5 november 2009 - Frank Heemskerk, Staatssecretaris van Economische Zaken gaf vanmiddag in de Centrale Bibliotheek in Den Haag de aftrap van de ‘Internet Boot Camp’ (www.internetbootcamp.nl). De site en de bijbehorende campagne is onderdeel van het Programma Digivaardig & Digibewust waarmee overheid en bedrijfsleven het aantal digibeten in Nederland wil terugdringen. Internet Boot Camp helpt mensen die wel gebruik maken van internet maar zich digibeet voelen, op weg zodat ze kunnen profiteren van de vele voordelen van het internet. De site is gratis en veel bibliotheken besteden er aandacht aan in reguliere cursussen, workshops en lezingen. Verschillende online exploitanten als IlseMedia, Ster, Hyves, MSN, AdLINK, Webads, Marktplaats, RTL en Adfactor bieden de Internet Boot Camp campagne van Digivaardig & Digibewust tot het einde van het jaar 20 miljoen bannervertoningen en werken dus grotendeels belangeloos mee.

Naar schatting 1.6 miljoen Nederlanders (1 op de 10) zijn onvoldoende internetvaardig en feitelijk digitaal analfabeet. In een samenleving waarin internet steeds belangrijker wordt, levert dat maatschappelijke obstakels op. Mensen die onvoldoende digitaal vaardig zijn (waaronder o.a. veel senioren en laagopgeleiden) maken niet of nauwelijks gebruik van e-mail, gebruiken geen internetsites om te solliciteren en communiceren nauwelijks digitaal met overheidsinstellingen. Basale digitale vaardigheden kunnen echter heel wat opleveren. Zo levert de vaardigheid om producten online te vergelijken en kopen bijvoorbeeld, al gauw een koopkrachtvoordeel op van bijna 90 euro per jaar. Ook sta je sterker op de arbeidsmarkt. Met de nieuwe site kunnen deze mensen volgens staatssecretaris Heemskerk nu gericht werken aan hun eigen internetvaardigheden en zo profiteren van de vele voordelen.

De site is volgens Tineke Netelenbos -voorzitter van het Programma Digivaardig & Digibewust- vooral bedoeld voor de iets ‘gevorderde’ digibeten. Uit nieuw onderzoek in opdracht van Digivaardig & Digibewust blijkt namelijk dat veel mensen met enige digitale ervaring ontevreden zijn over hun eigen vaardigheden. Zij geven zichzelf een ruime onvoldoende (4,8). Bijna de helft van deze groep (46%) zegt wel geïnteresseerd te zijn in een training. Meer dan driekwart (78%) wil leren van hulplijnen zoals familieleden, kennissen en vrienden om later problemen zelfstandig op te lossen. “Met de nieuwe site spelen we hier op in. Door de training word je zelfredzamer. Ook hoef je daarna minder vaak een beroep te doen op vrienden, kennissen en je kinderen,” aldus Heemskerk.

“De nieuwe site helpt je op weg met internetten en is één van de eerste tastbare acties uit het programma Digivaardig en Digibewust. Voor de komende periodes staan meer acties op stapel om het aantal digibeten terug te dringen. Zo wordt ook gewerkt aan trainingen voor mensen die werkelijk alle vaardigheden ontberen. Ook volgen nog speciale acties voor senioren en andere specifieke doelgroepen,” aldus Netelenbos.

Andere opvallende cijfers uit het onderzoek dat voor de nieuwe campagne is verricht:
- 84% van de doelgroep roept nu nog de hulp in van zogeheten hulplijnen uit de directe omgeving. Vooral (volwassen) kinderen (42%), familieleden (37%) en instanties (19%) worden om hulp gevraagd bij internetproblemen. Ongeveer de helft van de digitaal vaardige Nederlanders fungeert wel eens als ‘hulp’.
- Opvallend is dat vooral kinderen optreden als troubleshooter wanneer ouders vastlopen op internet. Zij blijken de internetkenners bij uitstek.
- De meeste (53%) ‘hulplijnen’ worden 1 tot 2 keer per maand gevraagd om te helpen. Vervelend vinden ze dit niet. 60% geeft aan het zelfs prettig tot zeer prettig te vinden. 39% is hier neutraal over en slechts 1% van de ondervraagden vindt het onprettig.
- De doelgroep heeft vooral problemen hebben met het invullen van digitale formulieren (14%) en het maken of herstellen van internetverbindingen (10%). Veel vrienden en familie (52%) krijgen regelmatig vragen over internetverbindingen of internet. Ook worden deze zogenaamde ‘hulplijnen’ regelmatig ingeschakeld om andere internet problemen op te lossen zoals het downloaden van programma’s (36%), het beveiligen van de computer tegen virussen en spam (34%) en foto’s uploaden (30%).

Steeds meer jonge kinderen op Hyves

Hyves is opgezet als website voor (jong)volwassenen, maar inmiddels zijn bijna alle kinderen er te vinden. Klasgenoten en reeds bestaande vrienden zijn de belangrijkste contacten voor jonge kinderen en tieners op Hyves, de grootste sociale netwerksite van Nederland, met meer dan 9 miljoen profielen. Opvallend is dat maar liefst 75% van de 8- tot 18-jarigen op Hyves ook een van zijn ouders als Hyves-vriend heeft. Dat blijkt uit het onderzoek Krabbels & Respect plz? ;-) onder 1051 kinderen en tieners. Het onderzoek is door Marion Duimel verricht voor stichting Mijn Kind Online en het samenwerkingsverband Digivaardig & Digibewust.

Gratis downloads
- Het rapport Krabbels & Respect plz? ;-) (pdf)
- De brochure Mijn kind op Hyves (pdf)
- De brochure Mijn puber op Hyves (pdf)

Kinderen geven wachtwoord aan ouders
Toen Hyves begon, waren de uitgangspunten helder: de website was bedoeld voor (jong-)volwassenen, vooral studenten. Vraag je nu, in 2009, aan leerlingen van groep 8 wie een profiel op Hyves heeft, dan steekt driekwart van de klas zijn vinger op. Met 14 jaar is het zelfs al 80%. Van de 8-jarigen heeft een derde een profiel op Hyves.

Ouders zijn betrokken internetopvoeders, blijkt uit het onderzoek. Het actiefst zijn ouders met jonge kinderen. Praktisch alle 8-jarigen op Hyves hebben hun ouders in hun vriendennetwerk. Verder hebben bijna alle kinderen tussen 8 en 10 jaar hun wachtwoord aan hun ouders gegeven, wat erop wijst dat zij Hyven onder begeleiding van hun ouders. De invloed van ouders is ook zichtbaar aan het feit dat de meerderheid van alle profielen van kinderen tot 10 jaar zijn afgeschermd, dus onzichtbaar zijn gemaakt voor onbekenden. Ouders wijzen hen daarop.

Ouders zijn betrokken, maar nog niet genoeg
Ouders van jonge kinderen lijken Hyves aan te grijpen om aan internetopvoeding te doen. Ouders van pubers doen dat nog een stuk minder. Want de pubers in het onderzoek gaven veel minder vaak aan dat ze met hun ouders praten over hun ervaringen op Hyves. Van de 8-jarigen heeft de helft het er wekelijks over, maar van de 16-en 17-jarigen is dat nog maar 1 op de 10. Dat is jammer, want in de puberteit (10-14 jaar) wordt actief deelnemen aan sociale netwerken steeds intensiever, wat juist meer risico’s met zich meebrengt. Er samen over praten kan problemen voorkomen, en kan helpen bij het verwerken van nare ervaringen.

Tweederde van de tieners is wel eens verwijderd uit iemands vriendenlijst (‘ontvrienden’ heet dat) en dat vinden ze niet leuk. Hoe ga je daarmee om? Ongeveer 1 op de 8 kinderen heeft wel eens ruzie op Hyves, en 1 op de 5 krijgt wel eens een vervelende krabbel. Vooral de 13- tot 15-jarigen hebben daar emotioneel last van.

Pratende ouders stellen vaker regels
Ouders die wel met hun kinderen praten over Hyves, blijken ook veel vaker regels te stellen over gedrag op internet dan ouders die niet praten over Hyves. Bijvoorbeeld over het afschermen van hun profiel, of over wie ze wel of niet mogen toevoegen als vriend. Hoe belangrijk dit soort regels zijn, blijkt bijvoorbeeld uit de aanwezigheid van malafide modellenscouts op Hyves die erop uit zijn geld te verdienen aan jonge tieners door veel inschrijfgeld te vragen: tieners die niet weten van deze praktijken zijn nog kwetsbaarder als ze geen regels hebben over het omgaan met onbekenden via Hyves.

Ouders hebben nauwelijks regels voor pubers
Bij driekwart van de 8-jarigen gelden huisregels over afscherming, maar ook dat neemt geleidelijk af met de leeftijd. Bij 17-jarigen is het nog maar bij 1 op de 10. Terwijl het stellen van regels wel degelijk ook bij tieners zin heeft: als ouders de regel hebben opgelegd om het profiel ‘op slot’ te zetten, staat bij 70% van de kinderen het profiel ook daadwerkelijk deels of geheel afgeschermd. Als ouders zo’n regel niet hebben opgelegd, is dat maar bij 30% van de kinderen het geval.

Gratis brochures
Naast het onderzoek Krabbels & Respect plz? ;-) brengen Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig & Digibewust twee brochures over Hyves uit: een voor ouders met kinderen tot 12 jaar (‘Mijn kind op Hyves’) en een voor ouders met pubers (‘Mijn puber op Hyves’). In de brochures staan tips voor ouders en scholen om kinderen op Hyves te begeleiden. Deze brochures zijn gratis te downloaden via www.mijnkindonline.nl/hyves en www.mijndigitalewereld.nl. Vanaf eind september zijn ook de gedrukte exemplaren van deze brochure gratis beschikbaar en (in beperkte oplage) op te vragen via info@digivaardigdigibewust.nl.

Over de afzenders van het onderzoek
Stichting Mijn Kind Online is een expertisecentrum jeugd en media dat is opgericht door KPN, met hulp van Ouders Online (www.ouders.nl). MKO werkt redactioneel onafhankelijk. De belangrijkste missie van Mijn Kind Online is het helpen van ouders, scholen en professionele opvoeders bij de internetopvoeding. Dat doet zij onder meer door het geven van ouderavonden en trainingen. Speerpunt van Mijn Kind Online is kwaliteit van digitale media voor kinderen - MKO stimuleert góed digitaal aanbod, onder meer door de jaarlijkse Gouden @penstaart verkiezing van de beste kindersite, en Mybee, een gratis kinderbrowser (www.mybee.nl). Website: www.mijnkindonline.nl

Digivaardig & Digibewust is een programma van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het programma heeft als doel het aantal mensen dat niet of nauwelijks digitale vaardigheden heeft terug te brengen en het verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen te stimuleren. Doelgroepen zijn: digibeten, jongeren en hun opvoeders (ouders en docenten), MKB en senioren. Website: www.mijndigitalewereld.nl

Campagne ‘Veilig Internetten’ van start

Nederlandse internetgebruiker heeft bescherming tegen cybercrime zelf in de hand

Mensen die veilig internetten, zullen minder snel slachtoffer worden van cybercrime. Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft op 27 juli in Den Haag het startsein gegeven voor de publiekscampagne ‘Veilig Internetten’. Doel van de campagne is dat mensen op internet bewuster omgaan met hun persoonsgegevens. Cybercriminaliteit komt immers steeds vaker voor en neemt telkens andere vormen aan, waardoor het iedereen kan raken. Het programma Digivaardig & Digibewust is partner van deze campagne.

De campagne houdt de internetgebruiker een spiegel voor: ben jij je bewust van de gegevens die je over jezelf achterlaat op internet? Via radio- en televisiespots geeft de campagne vijf concrete tips voor dagelijks internetgebruik. Daarnaast maakt de campagne gebruik van de website www.veiliginternetten.nl en van banners op websites van publieke en private campagnepartners. De vijf tips zijn:

• Update je software en zet je firewall aan
• Ga bewust om met je persoonsgegevens
• Check altijd het webadres voor je betaalt
• Open nooit zomaar bestanden
• Wees alert op contacten die aanbiedingen doen of om gegevens vragen

De Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) laat zien dat Nederland in algemene zin veiliger is geworden. Maar onze samenleving verandert; een relatief nieuwe vorm van criminaliteit neemt toe: cybercrime. Uit vooronderzoek van Intomart GFK blijkt dat 40% van de respondenten, van 18 jaar en ouder, zich zorgen maakt over cybercrime. Uit onderzoek van de RVD blijkt dat veel Nederlanders wel weten dat het verstandig is om een virusscanner en een firewall aan te schaffen. Maar minder bekend is dat hun onlinegedrag er toe kan leiden dat ze via internet worden opgelicht of dat er misbruik van hun identiteit wordt gemaakt.

Campagnepartners
Voorlichting aan internetgebruikers heeft prioriteit voor het kabinet. Hierbij werkt Justitie nauw samen met Economische Zaken en Binnenlandse Zaken. Het programma Digibewust en Digivaardig (EZ) en Govcert/Waarschuwingsdienst (BZK) ondersteunen deze publiekscampagne actief. Ook publieke en private partijen nemen hun verantwoordelijkheid en steunen deze publiekscampage “Veilig Internetten” . Hierbij gaat het om Opta, Consuwijzer, de internetproviders UPC, KPN, xs4all, Telfort en Het Net, Marktplaats, de Nederlandse Vereniging van Banken, Google en om sociale netwerksites zoals Hyves en You Tube.

Rijksoverheid: Nederland Veilig
De Rijksoverheid investeert in veiligheid. In de koepelcampagne ‘Nederland Veilig’ staat het handelingsperspectief van de burger centraal. Wat kan je zelf doen om je eigen en daarmee ook andermans veiligheid te vergroten? De campagne ‘Veilig Internetten’ is de eerste campagne onder het koepelthema.

Basisscholen Eersel en Waalre winnaars ‘Veilig Internet’-project

Het Schoolblik stimuleert verantwoord internetgebruik door kinderen

Op 26 juni jl. ontvingen twee basisscholen uit handen van Wethouder Erik van Merrienboer een cheque van €1.000,- euro. De prijs viel ten deel aan RK Basisschool St.-Willibrordus in Eersel en Basisschool De Wilderen in Waalre. Beide scholen wisten van ‘veilig internetten’ een belangrijk issue te maken. Tot tevredenheid van de scholen, ouders en leerlingen.
Kinderen maken veel gebruik van internet, maar zijn zich niet altijd bewust van de mogelijke risico’s. ‘Het Schoolblik’ is een project dat docenten helpt leerlingen veilig en verantwoord te laten omgaan met internet. Op initiatief van Stichting Mel@nion kregen scholen in Eindhoven en omgeving het blik medio vorig jaar aangeboden. Scholen die op een bijzondere manier aan de slag zijn gegaan met het Schoolblik maakten kans op de geldprijs van €1.000,-.

Ruim 80 scholen in Eindhoven en bijna 270 in de regio Zuidoost-Brabant ontvingen medio vorig jaar het Schoolblik, boordevol informatiemateriaal. ‘Het Schoolblik’ is een product van Digibewust, een samenwerkingsverband tussen overheid en bedrijfsleven, dat in Nederland het veilig en verantwoord gebruik van internet en andere digitale middelen stimuleert. Bij de projectevaluatie bleek dat St.-Willibrordus in Eersel en De Wilderen in Waalre het meest initiatiefrijk aan de slag zijn gegaan met het lesmateriaal uit Het Schoolbik. Daarbij hebben deze scholen een aantal eigen initiatieven ontplooid waardoor het thema ‘veilig internetten’ bijzondere aandacht kreeg.

St.-Willibrordus
De ontvangst van Het Schoolblik was voor RK Basisschool St.-Willibrordus in Eersel direct het startschot van een intensieve ‘veilig gebruik van internet’ campagne. De groepen 6, 7 en 8 hebben in de klas gebruik gemaakt van het beschikbaar gestelde lesmateriaal. Als afsluiting is het ‘Diploma Veilig internet’ uitgereikt. St. Willibrordus gaf een maandelijks infobulletin uit waarin het verantwoord gebruik van internet centraal stond. Ook heeft de school een speciale bijeenkomst met ouders georganiseerd, zodat ook zij zich bewust worden van de mogelijke risico’s van het internetgebruik van hun kinderen. Het prijzengeld bij St.-Willibrordus zal ten goede komen aan een digitale filmcamera en digitale fototoestellen.

De Wilderen
Basisschool De Wilderen in Waalre heeft eveneens intensief gewerkt met ‘Het Schoolblik’. Het beschikbaar gestelde lespakket met filmpjes en foldermateriaal is gebruikt om het thema goed op de kaart te zetten bij leerlingen van groep 5, 6, 7 en 8. Ook de ouders zijn betrokken. Een speciale bijeenkomst, onder leiding van een deskundige, gaf ouders inzicht in de mogelijke gevaren van het medium internet. De Wilderen heeft het onderwerp ‘veilig internetten’ overigens in haar beleid verankerd. Vanaf het volgend schooljaar is er een internetprotocol van kracht met continue aandacht voor het verantwoord internetgebruik door kinderen. Het prijzengeld bij De Wilderen zal ten goede komen aan een digitaal schoolbord.

De verspreiding van ‘Het Schoolblik’ is een initiatief van de stichting Mel@nion, een Eindhovens samenwerkingsplatform van non-profit organisaties voor internet, en wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de gemeente Eindhoven, provincie Noord-Brabant, stichting Kinderpostzegels Nederland en het Coöperatiefonds van de Rabobank Eindhoven. Projectpartners zijn: gemeente Eindhoven, Openbare Bibliotheek Eindhoven en Politie Brabant Zuid-Oost.

Terug