Een draadloos netwerk stopt niet bij uw voordeur of tuinhekje. Dat betekent dat, zonder extra beveiliging, iedere wildvreemde die zich in de buurt van uw woning bevindt toegang heeft tot uw netwerk. Om onbevoegden (hackers, botnets) buiten de deur te houden kunt u uw netwerk beveiligen. Dat kan op een aantal manieren. een combinatie daarvan werkt het beste.
- Schakel de uitzending van het ‘naamkaartje’ (SSID) van het accesspoint uit. Computers kunnen deze naam opvangen en zo verbinding maken met het accesspoint. Vaak is het handig om bij het instellen van het netwerk het uitzenden van de SSID aan te laten. Nadat alles goed werkt, is het echter aan te bevelen de uitzendingen uit te schakelen: uw eigen computer(s) kan de router wel vinden, maar voor anderen is uw netwerk niet direct zichtbaar.
- Wijzig het wachtwoord van uw accesspoint/ draadloze modem/ router. Zorg er in ieder geval voor dat dit niet meer het standaardwachtwoord is zoals ingesteld door de fabrikant. Op deze manier voorkomt u dat derden de configuratie van uw netwerk kunnen zien en kunnen aanpassen.
- Geef alle computers op uw netwerk een vast IP-adres en geef alleen deze adressen toegang tot uw router. Geef alleen de MAC-adressen van de netwerkkaart(en) van uw computer(s) toegang tot uw router.
- Beveilig uw draadloze netwerk met encryptie. Gebruik hiervoor Wi-Fi Protected Access (WPA of WPA2). Hiermee zorgt u ervoor dat anderen geen toegang krijgen tot uw draadloze netwerk en niet uw netwerkverkeer kunnen afluisteren. Als niet al uw apparaten WPA ondersteunen gebruik dan de sterkst beschikbare versie van WEP.
- Beveilig de computers op uw netwerk met een virusscanner, regelmatige updates en een firewall.
Kijk op de site van de Waarschuwingsdienst voor aanvullende informatie over draadloze netwerken en de beveiliging ervan.