Bij de meeste bedrijven kunnen werknemers gebruik maken van internet en e-mail. In veel gevallen is dat ook voor hun werkzaamheden noodzakelijk. Toch moet u zich ook realiseren dat er aan het toegang geven tot internet en e-mail ook gevaren kunnen kleven. Denk bijvoorbeeld aan het (veelal onbewust) binnen halen van virussen. En aan het gebruik van internet en e-mail onder werktijd voor privé-doeleinden. Een duidelijk internetbeleid en e-mailbeleid verkleint de risico’s en gevaren van internet op de werkvloer en voorkomt scheve gezichten.
U kunt zelf heel makkelijk een internet- en e-mail beleid opstellen door u zich de volgende vragen te stellen:
- Wanneer is het acceptabel dat werknemers internet en e-mail voor privé-doeleinden gebruiken?
- Welke informatie mag wel en niet bekeken worden op internet? Bijvoorbeeld een verbod op het bekijken van pornografisch materiaal of het bezoeken van goksites of spelletjessites.
- Mogen werknemers wel of niet softwareprogramma’s downloaden en/of installeren? Het is overigens meestal af te raden om werknemers software te laten downloaden en installeren.
- Moeten werknemers een disclaimer onder e-mails plaatsen?
- Wanneer is goedkeuring voor het versturen van een e-mail nodig?
- Mag het zakelijke e-mailadres gebruikt worden voor privé-doeleinden?
- Hoe moet worden omgegaan met vertrouwelijke informatie in e-mails? Hiervoor kan bijvoorbeeld gebruikgemaakt worden van encryptie of een andere vorm van beveiliging of authenticatie, zoals de elektronische handtekening.
- Hoe wordt toegezien op naleving van regels en afspraken?
- Welke gevolgen heeft het niet naleven van de regels en afspraken?
- Wanneer mag er reclame worden verstuurd via de e-mail?